Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 189
college-dictaat van een der studenten
§
Ook
enz.
hartig
En
omdat
Gij
iets doet,
diegene, gelijk Gij
zijt
Gods verborgen wezen, maar geopenbaard
is
omdat
dus
U
de
Nü reëel,
de
zijne openbaring.
wat logisch
de Christus, door wien
bestaat,
niet
denkwetten, maar zóo, dat de
God
en
zijn, hjo-xpyMo-ic,
in
/.oyd: er in
met den Xóyoc
een
Dti^
deze ligt
spreken.
te
welke
hierin, dat
En
geïncorporeerd
toch
Wij moeten
omdat
staan
het
is
niet
m.
a.
is,
de
in
Gods den term van Naam,
los
de
/.iycc.
de Naam, die
ook de Naam
Daarmee
is.
corres-
den Christus voor het
En
Schrift.
de schakel,
met de inscriptu-
die
Waarom
ons dus de vraag stellen:
deze openbaring eene tweezijdige
Hem
in
in
hij
naast
in
is,
üü,
'6vo/u.<x?
draagt
En dat nu
namelijk voor het
zijn
in
den Azyzc ïyypxfcu:. Doch die twee
elkander,
maar
elkaar en staan in logisch verband. Als de Aóks^ er
reëelen
alleen datgene bestaat
lyypxipoc, de incarnatio
den Aoyz^ h<TxpKzc en voor het bewustzijn openbaringen
in
realiteit
waarom
zelfopenbaring
reëele
Naam Gods
men ook aan dien naam toekent, er altoos Naam genoemd wordt. Was hier niets openbaring, dan was er geene oorzaak of aanleiding om van
dat,
reden moet bestaan,
anders dan reëele
Heere! omdat
Naam.
ratio verbindt, is de
Wij gevoelen,
het,
dien zin, dat het gehoorzaamt aan onze
den Christus en ïyypxfoc
in
die dezen kbyoc hn-xpytoc
eene
van
heeft zich bijv.
de Heilige Schrift voor het bewustzijn, ïyypx^xc. Die éene
in
wordt ha-xpKOT
er sprake
het,
zich openbaart.
pondeert de tweezijdige openbaring van God, namelijk
'Aoyoc
„Doe
is.
De Naam des Heeren
zijt."
zeggen, dat de beteekenis van dien
Aóysu-,
is
God
zoo
Hij
bidt hij:
zeggen: „Doe
ik
er intusschen een zijn en een bewustzijn.
is
dan
'^r2v;-]V^h,
dat duidt
van den zich openbarenden God.
realiteit
Men kan dus
C.
zin altijd is
Ook
geopenbaard hebt." Nooit van
altijd
en daarom kan
als d^bn "Tik,
altijd
des Heeren zijne
zoo heet, maar omdat
Hij
aan mij geopenbaard hebt, dat Gij lankmoedig
Gij
Naam
de Schrift de uitdrukking voor: iDB'-iyp^.
in
de geloovige bidt: Heere! doe het
als
171
heeft.
de Heere
niet aan, dat
De NOMiNiBus Del
zien wij dus bevestigd, dat de
hier
openbaring tot inhoud
Gedurig komt
6.
zij
correspondeeren met
geworden
is
'éy>rxpK:c,
dan
is
Daarom is de Naam de band tusschen die beide, het wezen uitdrukt van den ?.óyoc ha-txpxoc, en het
beschreven
wordt
in
de Heilige
Schrift.
Die
Naam
is
w. tusschen die twee de middenterm.
Daardoor
is
de middenterm
moet die
tevens deze openbaring gedetermineerd. is
Wanneer toch de Naam
tusschen de reëele openbaring en de Woordopenbaring, dan
Naam gegeven worden,
en dus ook het obiect naar buiten treden,
in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's