Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 37
college-dictaat van een der studenten
:
man. Neen,
dien
cum Creatione
Relatio quae Providentiae
§.
genie met
zijn
door Hem, die de man
wat
alles,
we daarvoor
steeds verkort wordt, indien
er in
wordt
is,
in
stand gehouden
We
zien alzoo, dat de Providentia
in het
menschelijk leven een analogon
stand houdt.
zelf in
37
intercedit.
Wij moeten daarvoor dan ook niet apart een ana'ogon maar dezen weg volgen eerst moet men beginnen met de Schepstellen in analogie met het menschelijk werk en dan van daaruit
zouden willen zoeken. willen vinden
ping vast
te
:
het verschil aanwijzen tusschen de continueering van deze en de continueering
Men kan
van het menschelijk fabrikaat. de
maar wel
Providentia
We
een apart analogon voor
uit
de schepping opklimmen
voor
analogon
een
uit
begrip van de Providentia.
tot het
dus niet
kunnen derhalve, wanneer we spreken
de Schepping eenerzijds en over de Providentia anderzijds
over
onderscheiden
ze
dat
ment
en
gelijk
dezen
oogenblik
dat
de
Dit
zitten.
ongelijk
Providentia
oogenblik
tot
schepping,
der
element
een creatio continuata, te verstaan in
is
al
n.1.
geldt
maar ook van
gedaan
bestaande door
het
van de
alleen
niet
ure der schepping af tot nu toe van
hetzelfde
steeds
heeft, als in het
van de elementen
stof en
alle
memorie, gevoel
in
hem werkend).
geen oogenblik zonder de dragende hand Gods, die het een horlogemaker, want dan
zooals
samen
schepping
oogenblik.
Er
opvangen
is
niet
houden oefent God
te
God houdt
De ademtocht zou ophouden, Nooit
hield.
nen zeggen
met
daar
;
den
in
lijken afstand
dingen king
zelf,
tot
(dat is
is
nu één mom.ent
ring
is
Om
en werkt van daar
in
Zijn eigen kracht.
zijn
zou
zijn.
dat
Satan
uit
in,
dat
God
dat
Het
plaats, is
bannen
niet
in
God
dat
niet alleen
wil.
Niets
is
werkt en
onze persoon,
idéé
is.
Hij
onzen geest,
in
bevindt zich niet op onmete;
Hij is in alle
van Zijn almogende maar ook van
bedoelt dan
rijke
het niet vast-
spreekt de catechismus met betrek-
één oogenblik, dat
juist
God
er niet in
niet,
dat Hij alle dingen ziet
alwetendheid) neen die alomtegenw. kracht één
zelf
horloge
oog staande en wei^kende
indien
door electrische stroomen
Daarom Dit
alles in het
de schepping, waarvan men zou kun-
een horloge,
in
Dit alles bestaat
stand houdt en dat
in
één enkele lichtstraal kunnen
in
uiteenvallen,
aan onzen vinger.
Gods Voorzienigheid
niet
alles
gave
die
er iets in
alomtegenwoordige kracht.
zijn
er
is
is
almachtige kracht
zijn
zelfs
tot
nergens
en
de natuur
kracht van oogenblik tot
die
we maar
één seconde, dat
ons oog, of
in
in
de wereld op zich
het, alsof
is
stond en slechts met een vinger werd vastgehouden. der
oogenblik
kracht het aanzijn doen be-
zijn
krachten in den mensch, naar lichamelijke en geestelijke
zijde (verstand, verbeelding
niet
niet zeggen,
er in beide een ele-
moet door ons met klem ver-
Er
is.
God de Heere van de
dat
zin,
maar moeten erkennen, dat
;
een
worden,
dedigd
zijn
is
reëel en werkelijk
er niet in
tegenwoordig
Gods alomtegenwoordigheid, dan dat men in het besef leven,
van
heerlijker
God
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's