Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 601
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
:
Caput
er
De Sacramento
II.
Baptismi.
§
De effedu
20.
baptismi.
127
„Bad der wedergeboorte" heet de doop, niet omdat de wedergeboorte door gewerkt wordt, maar omdat de wedergeborene en hij alleen
Doop
het zegel van den Heiligen
ontvangt.
Zoo heet ook de doop „de vraag om een goede conscientie naar God"; niet omdat deze vraag uit den doop voortvloeit, maar in den doop beantwoord wordt, overmits de doopeling juist in den doop de ruste Zijner conscientie door het deelgenootschap aan de afwassching
door het bloed van Christus ontvangt. Elk gedoopte moet daarom door de kerk beschouwd, en zich en
ingelijfd,
zullen er te
beschouwen
zelf
wie deze
bij
zij,
als in het
zwaarder oordeel
om
genadeverbond
uitwendig plaats greep,
inlijving slechts
dragen.
Toelichting.
Hoofdmoment om deze § treedt
men
de inlijving
:
Daarom
te verstaan, is dat
bij
den doop gevolg
maar dat op den voorgrond
In onze liturgische geschriften hield
het genadeverbond.
in
de afwassching der zonde door is,
men
dat
waarom
heeft
hij
zegt
die
Hij,
:
geroepen
is
juister is
iets
het
tot
geraakt
God, heeft de
dan nog een teeken noodig ?
zetten wij op den voorgrond, de inlijving in het genadeverbond, of :
de opneming
in
Want
het genadeverbond.
physische daad, krachtens de uitverkiezing. Maar opnemen is
Men
het oog, en daardoor bleef er een nevel zweven.
verwarring,
afwassching,
wat
Christus
dit niet in
deze
in
van
bloed
het
Een verbond toch
anders.
Lichaam
van
Christus
twee.
Het esse moet
kring,
die
het genadeverbond
wel
juist
dus reeds
er
kan werken
alleen
ziet niet
genadeverbond inlijving in
maar op de verhouding tusschen En nu vormt het genadeverbond een
zijn.
het bewustzijn, d.
in
in het
waarop de
esse,
ziet,
de zaak tweeledig
is
op het
een meta-
inlijving is
:
lijdelijk
i.
in
het geloof.
wordt men
maar ook moet het geloof werkend gemaakt en worden
er in
versterkt.
Ook
bij
opgenomen,
Daarom
is
hoofdmoment in den doop, dat hij het zegel is van den levenden God, op de opneming in het genadeverbond. Het begrip van zegel moet dus eerst worden toegelicht. Een zegel nu is het teeken, waarin de persoon zichzelf representeert. Daarop gaf de koning een afdruk van zijn persoon, waarom het zegel de drager was van zijn majesteit, en de schending van het zegel als majesteitsschennis werd het
gestraft.
Nu
heeft
God ook
zijn autoriteit te
Dit zegel ie
is
zulk een zegel (Op. 7
kennen
te
geven en
actie
:
2).
van
En ook
Hem
te
bij
Hem
strekt dit,
om
doen uitgaan.
gedrukt
op den Christus
(cf.
Joh. 6
:
27).
De samenhang
wijst het doel aan.
De
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's