Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 323

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 323

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

§

De viRTUTiBUS

7.

305

Dei.

Doch die voorstelling is theologisch uit, waar God is. Want God de Heere schept den mensch niet, in dien zin,

breidt zich dus de plaats

weer onhoudbaar. dat

weer eens willekeurig

er

Het

universum,

komt

bij

maar

iets bij,

gelijk het

alles treedt

deze wereld nieuw

in

Alle dingen

nieuw voor God.

niet

dagen

nieuwe mensch

daar een

bijkomt.

van ganschhet

7rA.y;p'j)/xx

een bepaald ding, dat vastligt in Godsvoorverordineering. Nooit

is

Gods raad

Wat dus

buiten.

en

hier

van heel de menschenwereld,

7rAr,pr^iLcx

eenvoudig

raad naar

uit dien

maar is

wel nieuw voor ons,

schijnt, is

waren tevoren

Gods boek geschreven, de Gode

in

geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.

als ze

Voor God bestaat ook de laatste Men mag dan ook niet zeggen God heeft eerst zonder de wereld bestaan, en daarna kwam er die wereld, en nu Want God is nooit zonder de wereld breidt die wereld de plaats voor God uit. geweest. Van alle eeuwigheid is de wereld voor Hem geweest, met al hare zijn al zijne

werken van eeuwigheid bekend.

mensch, die geboren

zal

worden, eeuwig.

:

details zelfs, tot de kleinste haartjes en vezeltjes toe, en dat in zijn Goddelijk

raadsbesluit, waarin van eeuwigheid, daar het

Hem

bij

was, zijne vermakingen

waren. Intusschen

b.

Immers, er

10.

quod ad esse

30.

quod ad inhabitationem quod ad revelationem

40.

quod ad unionem.

al

is

zij

ook

overal, niet overal

;

laatste

Hem

Dei,

eene omnipraesentia Dei

is

20.

De in

omnipraesentia

die

is

gelijkelijk intensief.

de hoogste graad van

is

alleen. Cf. Coloss. 2

lichamelijk."

9

:

:

„In

Oppervlakkig lezend,

omnipraesent

hoe

is,

anders,

kan

dan

wij

Christus

op die

vier

al

men

verstaat

in

de absolute,

intensiteit,

Hem woont

dit

Christus en

Immers,

niet.

zijne volheid

van

graden

in

de volheid der Godheid

wonen

God

als

? Dit wordt

Die

echter

heel

graden

worden beheerscht door twee dingen, door iets in het obiect en door het subiect. De praesentia Dei moet minder zijn in een keisteen dan in

iets in

een

engel.

kracht.

Daarom kan

een keisteen toch kan

In

Maar

als

in

in

is affiniteit

den Christus de praesentia Dei het

Een nachtegaal

kan het

niet beseffen.

bloot praesentia

is,

medewerking creaturen

In

affiniteit is.

factor.

andere

niets anders realiseeren

een engel veel meer, want daar

omdat daar absolute

tieve

God

heeft wel

Nu

is

de

in

het besef

de

is

rijkst

met

dan brute

zijn

wezen.

en volkomenst wezen,

de tweede plaats geldt hier een subiectieve

meer praesentia Dei dan een omnipraesentia veel

maar ook bewustheid van

is

intensiteit letten.

rijker,

die praesentia.

alleen sprake

bij

Van

mensch en

omnipraesentia Dei louter obiectief.

rots,

maar

als er niet

die subiec-

engel. Bij

hij

maar

Bij

alle

de redelijke

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 323

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's