Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 45
college-dictaat van een der studenten
De Cognitione
§ 2 zijds ten deele
opdat
gezet,
wel
kennen
te
moeten nu ook
is,
organisch verband worden kunne vervullen die het van
in
die rol en die taak
beide
der
elk
27
Dei.
nature en naar zijn aard heeft.
Om
verband
organisch
dat
nu wèl
doen dan de foutieve psychologie
in te zien,
hebben wij
waarvan we zooeven spraken, ten grondslag ligt. Alle valsche mystiek toch gaat uit van deze verkeerde
mensch
drie
vermogens
heeft,
gevoel als een afzonderlijk vermogen aan, dan dat
men de
vermogen tieve
met dat gevoelsvermogen
religie
gaan
voorstelling
modernen
allen
religie
eene
is
de
van
het
uit
;
gevoel,
het
Neemt men
ook volkomen
is
de het
natuurlijk,
rapport brengt en het verstands-
bij
Van deze fou-
verklaart.
de Ritschlianen,
ethischen,
zonder onderscheid
zaak
in
het
is
God onbekwaam
een rapport met
tot zulk
voorstelling, dat
wil en gevoel.
verstand,
nl.
niets anders te
die aan de beide eenzijdigheden
te critiseeren,
de
argument
allen hetzelfde
maar het verstandsvermogen kan
komen tot de wetenschap van en het leven met God. Van den anderen kant vind men h[\éQ rationalisten
<^tz^
de
en
agnostici
:
de
niet
psychologische fout,
dat voor hen het intellectueele vermogen van den mensch, zijn verstand, het éen
en al er
Alles gaat
is.
bij
hen op
in
de facultas
waartoe de facultas intelligendi den mensch
Wanneer de
et ars cogitandi,
geen oog voor, dat de ars cogitandi maar éene
en
hebben
zij
van de vele
werkingen,
in staat stelt.
wij nu die beide fouten vermijden tn At psychologie herstellen
en voorstelling onzer vaderen, dan komt de zaak heel anders
leer
De mensch
naar
te staan.
toch heeft een facultas intelligendi en eene facultas volendi.
evenwel
facultas intelligendi
quid,
is
is
niet
een simplex quid, maar een
Die
compositum
een gecompliceerd verschijnsel, werkend op dat geheele terrein, dat wij
noemen
het bewustzijn.
[De Latijnsche uitdrukking voor bewustzijn men tegenwoordig veelal zegt.]
is
conscia mens, en niet con-
scientia, zooals
in die mens niet maar ook de kunst van het verbeelden, ook de kunst van het gewaarworden, en nog dieper, onder de gewaarwordingen, wat wij in het Hollandsch noemende
Het
nu
intellect
als
vermogen van de mens conscia, vindt
alleen de ars cogitandi,
beseffen.
Heel
het
terrein
van de facultas
intelligendi
omvat
dus, van
onderen op, de beseffen, de gewaarwordingen, de verbeelding en het denken.
Daar tusschen gewijzigde naast
in
liggen
vormen,
nog wel
bijv.
de gewaarwordingen
naast :
de
allerlei
andere werkingen, maar dat
de beseffen
:
zijn slechts
de indrukken en aandoeningen,
waarnemingen en ervaringen.
Deze
blijven
echter onbesproken, aangezien wij hier geene psychologie behandelen en boven-
dien in de vier
genoemde onderscheidingen
alle
andere mee gegeven
zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's