Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 293
college-dictaat van een der studenten
: ;
§
De gevolgen
5.
der zonde.
43
A. In Genere.
van God zelf en daarna pas Daarom zegt onze Catechismus „dat de zonde, welke tegen de Allerhoogste Majesteit Gods gedaan is, ook met de hoogste Daarom was de eerste zonde, (betrekkelijk zoo gering, strafte gestraft wordt." het eten van een appel), toch absoluut. Had Adam 50 moorden op zijn geweten gehad (gesteld dit kon geschieden zonder aanranding van Gods Majesteit) het zou hem kunnen vergeven worden; althans geen eeuwige straf ware het ook,
klein
de
in
is
schending van
een
gevolg geweest
;
maar
aanranding
plaats
eerste
bepaald
artikel.
ééne geringe daad, waardoor
juist die
de Majesteit
hij
aantastte, heeft een eeuwige straf ten gevolge gehad.
Wat
nu de
is
zegt de mensch
:
„Neen,
mijn wet boven de
Uwe
God
den
dus
heeft
Souvereiniteit
moest
zoo
den
gezegd: „Ik
heeft in
dit
stel
opzicht niet toe
;
u de wet!" en nu in
punt
dit
stel
ik
Daarmede zou Gods souvereiniteit gebroken liggen. mensch en den engel de macht geschapen om zijne
1"
kon God
dit
den mensch toch
ze
zondaar pakt
die
in
rug en
zijn
in
niet doen, of zijne Souvereiniteit
zonde aangreep, van voren
hem
neerlegt. Reatus dat
God,
men veracht had, zijne Souvereiniteit den mensch komt openbaren en hem tot de erkenning dwingt
in
!"
toch Souverein
is
U
kennen, wiens Souvereiniteit
te
nu terstond
„God
God
ik geef
schenden, en dat
zijn,
afgestooten,
nu geeft
in
te
—
reatus?
En de rechtstreeksche
God onwederstaanbaar
van het geweten
inspraak
den mensch
in
niets anders,
is
dringt, en zegt
„Ik
:
dan dat
ben Souverein ook
over U!"
Het sterkst toont de H.
Souvereiniteit heeft aangetast.
ven,
of
een diep berouw komt op
en waar
gezegd had
hij
:
uit
De
niet
ook
zoo
voorstellen, alsof
God
Ik
dus mijn best doen
betreft.
scheppen. teit
lutherschen
J.
met zich
hij
later
is
niet uit
zelf te
Gods
niet alsof
dacht
om
:
die
God had deze wereld Neen, de quaestie beleedigt,
maar moet God
zijn
is
is
God de
verdoen.
de Luthersche
ontwikkeld niet door een
Muller
in
zijn
:
„Die Lehre der
Wij mogen
reatus raakt de quaestie van de Souvereiniteit des Heeren.
;
zal
kwaad bedre-
het
doet hulde aan de verraden onschuld
de Gereformeerde Kerk ontstaan, en
redden
dat
hij
—
dus
haar
;
besef van schuld
het
in
Gereformeerde maar door den Sünde."
En toch nauwelijks was
Jezus moet weg, eindigt
Dat dieper doordringen
maar
dan wie nooit iemand
S. dit in Judas, schrikkelijker
Gods
wereld, die verloren ging,
„de wet, die
Ik
geschonden wet
gemaakt had, te
is
herstellen."
wou
verbroken
Want wat
en wet kunnen vernietigen en een andere
anders.
Wanneer een persoon de Souvereini-
het niet voldoende, dat die persoon vernietigd wordt,
Souvereiniteit in dien beleediger zelf handhaven. Die per-
soon moet Gods Souvereiniteit weer voelen.
Kon
dit niet,
dan lag Gods Sou-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's