Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 99
college-dictaat van een der studenten
§
God
wel
er uit volgt, en
De exsistentia
3.
zelve
weer eene oorzaak
niet
hoegenaamd
men
Vraagt
aan
niets
Hume
Kant
en
Want aangenomen, wat Kant
de zaak
zich
hij
oorzaak
Men
heeft.
wel
terdege
ben.
Maar
eene
niet
onzen geest
is,
dan volgt
de erkentenis, dat de wereld eene causa moet heb-
tot
Dat weet
met de
(pxtvbfj.ivx,
Kants
volgens
Hume
vzlyuivx
waarnemen.
die wij
Bij bewijzen toch
geleverd, dat de
ons denken beantwoordt, weten wij
echter ten opzichte van geen der
hij
voor instaan, dat de reëele
bij
van
anders kan denken dan zóo, dat deze wereld eene
er niet
is,
hunne oppositie, dan niet moeilijk in te zien.
kan zoodoende zijnen tegenstander met die causaliteitswet
dwingen
daad zwak.
in is
denken, waarmede wij de causa-
categorie
of hierin de realiteit aan
volgens Kant.
Dit
voor den denkenden mensch klaar en duidelijk kunnen maken,
daaruit, dat wij
En
met het kosmologisch bewijs
hadden
gelijk
zegt, dat het
eenvoudig
denken,
liteitswet
Dus
er
is
dat hun zeggen metterdaad niet doorgaat.
blijkt,
dat
Dus
heeft.
er alleen uit afleiden,
dat de wereld eene oorzaak heeft, die
niet,
vangen.
te
of
nu,
;
81
En men kan
causa absoluta.
als
dat de wereld eene oorzaak heeft
Dei.
is
eigen
^joifjivjy.
;
wil
op de rechte wijze correspondeeren
Kants betoog en oppositie
alleen eisch, dat het denken het
zeggen,
niet,
hij
voor
het
zijn
metter-
noodig oordeelt.
gezonde denken het bewijs
kosmos eene causa moet hebben. is
Toegegeven, dat wij wel waarnemen, dat
het precies zoo.
er
aliquid altoos praecedit en eveneens aliquid sequitur, en dat dit wel post hoc,
maar
propter
niet
hoc
is,
welnu, dan gaat dit toch ook op, waar wij denken
over den kosmos in zijn geheel en over het ontstaan van den kosmos geldt
immers deze
dan
zoodat
regel,
y.zTfxcq
;
ook daarbij
sequitur et igitur aliquid praece-
dere debet.
Wat Kant
Hume
en
dus tegen het formeele zochten
het bewijs ondersteboven te werpen, gaf niets.
in
Maar wel
te
brengen,
hierin ligt
om
zoo
de onhoud-
baarheid, dat de wet van de causaliteit ons niet veroorlooft, achter de wereld
eene causa
En nu de
causa
zeggen
van
vraagt
kosmos
en
te zetten
—
het
die éene causa te laten.
bij
men wel den dans zoeken
heeft
kosmos eene causa absoluta
den de
pantheïst
—
en van
zijn
ook niet causa absoluta kan causa van den kosmos dan wel absoluta 4.
zelf
onmiddellijk
Dat
en
mij
bij
de
is
dingen." u
is
;
maar
is
niet
zijn,
en zoo
dit niet
—
,
is,
waarom de waarom die
is.
in,
„dat
is
wel zoo,
weg, dat voor ons besef toch klaar en duidelijk en
conclusie
uit
ook zoo; maar
zoo,
natuurlijk, bij zulk
standpunt terecht
„Ja maar," brengt misschien iemand uwer hiertegen
maar dat neemt toch
Integendeel.
ontspringen door te zeggen, dat
te
het
—
bestaan
der dingen tot den grond der
en daar komt het hier op aan
en dat klemt volstrektelijk, en noch
gij
noch
— dat ik zijn
is bij
daar
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's