Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 26
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima.)
8 in
over Zijne schiepping,
den genetivus Dit
enz.
in
den vocativus over de aanbidding
wel aardig gezegd.
is
van veel belang, deze kwestie goed onder de oogen te zien, omdat onzen tijd veel schade is toegebracht aan het theologisch karakter der theologie. Onder de schoonschijnende namen van „anthropocentrisch" en „Christocentrisch" heeft men allerlei valsche dogmatiek binnengeloodst en Immers, laat men dit toe, dan is alle feitelijk de theologie geöntheologiseerd. theologie weg, en men krijgt de „heilsleer" van Doedes, of de „religie der „Theologie" onderChristelijke kerk" van de Vermittelungstheologen etc. Al stelt, dat het in de geheele dogmatiek te doen is om de kennis van God. [Het
is
vooral
in
de andere dingen komen uitsluitend respectu Dei ter sprake. Waarom hoort Omdat de overheid dienaresse bijv. de locus de magistratu in de dogmatiek ? Gods is. Waarom de locus de Christo ? Omdat Christus is de Middelaar Gods en der menschen etc. De zaak moet dus //zeo/o^/ce behandeld. (Niet: theocenDaarom is ook de trisch, want God is geen centrum, maar uitgangspunt.) „theologie", die aan de andere universiteiten hier te lande gedoceerd wordt,
Daar heeft men den wissel verzet. Het is er niet te doen om om de redding van den mensch, de geschiedenis der kerk enz. Van God wordt er alleen gehandeld respectu hominis, respectu ecclesiae etc. Feitelijk is daar dus alle theologie weg.] ontheologisch.
de kennisse Gods, maar
Zeer zeker, alle
de Deo
loei
handelen „de Deo". De locus de Sacra Scriptura handelt
sese manifestante, de locus de homine de imagine Dei etc.
anderen locus dan die de Deo
eiken
is
er een obiect buiten
God
gehandeld van het rapport tusschen
Deo wordt gesproken van Gottan gedrukt, de Deo Trpo Kxrx/ic?ir,c Koa-fion.
en dat obiect
God
undfürsich,
of,
bij
en wordt er
terwijl in
;
Maar
den locus de
Schriftuurlijk uit-
[„An und für sich" is eene phiiosofische uitdrukking, Trph kxtxjSsXtQ y.ó(r/u.c'j eene reëele uitdrukking, omdat werkelijk alleen door de schepping der wereld het aanzijn is gegeven aan alle buiten God bestaande dingen. De locus de Deo handelt nu over God, afgedacht van al die obiecten.] b.
Maar
Neen.
krijgen wij er sprake
Is
abstractum
a
Deo,
op die wijze
dan
wel
grond
aller
eene
kan
abstractie,
Laat ons
für sich" uit
De
is
-S-c'i))
:
maar te
als
alle
behandelen
:
ter verduidelijking
Deus
?
dat schepsel abstract, d.
i.
want het schepsel bestaat kxI Kivci/fzi^x
^''J^^acv
zijn
y.xl ïcrixiv.
creatuur, wijl Hij
is
de
dingen een bestaan had, en dat niet als
eeuwige
eene
ik
dit valsch,
God h y.W'\i (scil. ly God geabstraheerd worden van
dingen en dus vóór
de Deo bedoelt c.
zeker
zeer
God
een abstracten
van een schepsel, en neem
alleen gedragen door
Maar
niet
realiteit.
Dit
is
het,
abstractus, yrpb %xrx^z'Ar,c
wat de locus y.óa-fxz'j.
deze kwestie over het bestaan Gods „an und
de Schrift toelichten.
uitspraken der Schrift over het
tt^ö K^cra/Jo/^cy.io-^s:^, in
welke uitdrukking
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's