Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 360
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
342 baren, stoffelijken
Hem
op
nergens
bijna
daarom
appliceert de Schrift, bij wijze van overdracht,
nu met name ten opzichte van de omniscientia.
geschiedt
Dit
y.oTfu.oc
onze menschelijke organen.
uitdrukking
de
in
voor
er
is,
Zoo goed
Deze wordt
als
de staande
dat de oogen des Meeren over alles gaan.
Beide het
Schrift
formule gebracht.
in
oog en oor worden genoemd, echter met dit onderscheid, dat bij het oog meer op eene actieve, bij het oor meer op eene passieve wetenschap wordt gedoeld. Het oog neemt waar, het oor vangt op.
Zach. 9
In
over
1
:
lezen wij
„De Heere
:
heeft een
de stammen Israels." Deze uitdrukking
al
is
oog over den mensch, al
heel sterk.
In
gelijk
Zach. 5
:
oog verzinnebeeld door eene efa, een rond ding, dat het oog des 10 spreekt van Heeren voorstelde, uitgaande over de gansche aarde. Zach. 4 „de oogen des Heeren, die het gansche land doortrekken" hier worden ze zelfs geabstraheerd van het wezen Gods, niet meer organisch genomen, maar als het wordt
dat
:
;
ware een zekere symbolische zelfstandigheid. Vandaar
later in
kunst het „alziend oog", een driehoek met een oog er
in,
de Christelijke
om
den Heere voor
te stellen.
Eene merkwaardige
Gods Hier
plaats
Deut.
is
11
12
:
:
„De oogen des Heeren uws
daarop, van het begin des jaars tot het einde des jaars."
gedurig
zijn
komt het actieve element der alwetendheid vooral
woord, dat „het oog van den boer de koe vet maakt".
ons spreek-
Cf.
uit.
In het
oog
is
de actie
van het zorgen, van het vruchtbaar maken besloten. Job 34
21
:
„Want
:
Hier
treden."
geldt
oogen zijn op ieders wegen en Hij ziet al zijne meer de rechtstreeksche beteekenis van kennis van
zijne
het
eene zaak dragen.
Psalm 139 wil slaat
niet
ook
Spr.
5
weegt
al
16:
:
„Uwe oogen hebben
maar zeggen hier
21
:
af,
;
weer op het omnipraesente van de rechtstreeksche kennisneming. „Een iegelijks wegen zijn voor de oogen des Heeren, en Hij gangen."
zijne
3: „De
:
Gij
ongevormden klomp gezien." Dat eer ik er was neen, maar het
mijn
wist van mij
:
parallelle uitspraak.
Spr. 15
:
Dat
het
De Heere houdt
alles bij
oogen des Heeren
kwaden en de goeden." Hier
is
element
actieve
zijn
in
bedoeld
blijkt
is,
uit
de
en oordeelt er over. alle plaatsen,
beschouwende de
sprake van het ethische weten
in
de onder-
zijn
voor mijn
scheiding van goed en kwaad. 16
Jerem.
aangezicht
:
17:
niet
mijne oogen."
„Mijne
verborgen
Ook
hier
oogen
zijn
op
al
hunne wegen;
zij
hunne ongerechtigheid verholen van voor wordt een en ander gebezigd in de beteekenis van noch
het ethische, oordeelende zien.
Amos
9
:
3 geeft een zeer schilderachtige uitspraak
:
„Al verstaken
zij
zich
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's