Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 772
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE CONSUMMATIONE SAECULI.
296
en van den tegenkant uitgedrukt
in
Rom. 8
De
18 vv.
:
val
van den menscii
brengt den vloek en de vloek maakt, dat de natuur in plaats van een paradijs-
vorm
hebben, nu haar karakter vindt
te
gaat het omgekeerd naar luid van
Rom. 8 VS.
baard
18 vv. de wereld deelt
:
18 de cf.
'r\(j.y.c,
rr,a
b.TTzy.y.pxlr/'J.x
'/]
mede
in
Zoo ook
de wederoprichting van den mensch.
eene heerlijkheid hun
-hfx.'.u,
Als de iXtu'^iph.
19, 20.
VS.
komt ook
niet ïv
de doornen en distelen.
in
:
als
toeschouwers geopen-
rr,c Jó^'yjt: tojv riy-v^j
y.Ti.a-zf^g
en
(vs, 21
De
19).
roü 0£ci komt, glorificatio
dan
mundi
onmiddellijk verband met de glorificatie van de kinderen Gods.
staat
dus
Want
(vs. 20)
in
de wereld
ligt
onder den vloek
om den mensch
en daarom
is er,
waar de mensch gered is, ook voor de wereld hoop en redding opherstel (vs. 21). 25. Wij hebben ééne ziel en twee lichamen t. w. ons cr''^,ux en den vs. 22 xb(T[xoi;. Onze ziel is lotgemeen met beide, èn met onso-wwx, èn met denxótr^oc; en eveneens is ons cri^fjca!. lotgemeen èn met onze '^u^n, èn ook met den y,TL<Tic. Nu zijn wij „in hope zalig" geworden, d. w. z. wij hopen, dat ook eens ons lichaam verheerlijkt zal worden. Doch evenals wij nu hopen op de verheerlijking van ons lichaam, evenzoo „zucht het gansche schepsel te zamen" met ons, „en is als in barensnood tot nu toe te zamen" met ons, wijl de y.rlrr'.c,
—
de
met ons lotgemeen, wacht op hare
KÓT/xoc,
met onze
ohB-ecrix
Zulk eene Jesaja 11
d.
i.
?;ó/:3-wo-;c :
r,
b.7ro'k-iiTp(ji(nq
van den
to\j
yÓG-jxog is
glorificatio, die staat te
(TUifJiXTOc
komen
ri,u(ov.
reeds in het
Oude Verbond voorzegd:
6 vv. waar een toestand wordt geschetst, die geheel beantwoordt
aan dien van het paradijs. Hieruit volgt 10.
dat deze wereld dus moet ondergaan
20.
dat deze wereld daarna hernieuwd moet te voorschijn treden, dat er een
nieuwe
moet geboren worden.
Koa-fzog
Vandaar, dat de Heilige Schrift spreekt van een ondergaan, een voorbijgaan
van hemel en aarde. Het
verwonderen. die
immers ook
uit
is
Dit hracht tot dwaling.
ermee
als
bestaat,
t.
w.
10.
de afsterving van den ouden mensch
20.
de opstanding van den nieuwen mensch. altijd
dat niet te
met de waarachtige bekeering des menschen,
twee stukken
Opstanding veronderstelt
Maar toch behoeft
voorafgaanden dood. Deze
y.oo-ficq
moet onder-
gaan, moet sterven, wil ze in nieuwe gedaante kunnen opstaan.
Psalm
102
:
26
en
27.
Vs.
27 maakt het geheel duidelijk, wat met dien
ondergang van hemel en aarde bedoeld zult ze
veranderen als een gewaad."
nalistisch getint.)
is
:
„die zullen vergaan" d.
(Onze berijming
is
i.
„Gij
geheel verkeerd, ratio-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's