Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 671
college-dictaat van een der studenten
Hoofdstuk
De
III.
Personen van het Drieëenig Wezen.
drie
nog even werkeloos neerlag
237
voor 3000 jaren, totdat men het aan de aarde
als
toevertrouwde en zag opbloeien.
Zoo nu
de meeste menschen zich
stellen
God
Deïstisch voor als een
niets-
doende, een werkelooze God, zonder actus, alleen potentia, en daartegen komt
God
het eerbiedig gevoel op van wie
De eene weg
1.
men
dat
is
eeuwigheid
schepping van
de
en
nu den Pantheïst is chen Daartegenover
2.
Wirkung"
göttliche
werkt
ad
zij
dat
intra,
weg
stelt,
dat
belijdt,
niet
Hij
God
dat
het
maken, de wereld
te
Deïsme zoekt
is
niet allleen
opwaakt
alleen
actus purissimus
Hij
werkeloos
niet
niet bestaan", en
eeuwig", een zeggen dat
weren, maar
af te
opgaat.
schepping werkt, maar van eeuwigheid kende,
God kan
is
de Christelijke kerk het „opus ad intra", de „mner-
belijdt
;
„De schepping
:
om God
met eerbiedige bedoeling
dus,
maar langs tweeërlei weg.
zegt: „Een slapende
evenals Origenes gaat zeggen
nu
vreest,
ad extra werkt, maar altoos
als Hij „aussergöttlich" bij
eeuwigheid „innergöttlich"
tot
krachtens
is
Wezen van eeuwigheid
zijn
de
wertot
eeuwigheid, geheel afgezien van de schepping. Die werkingen nu van den actus purissimus
Wezen
God, die ad intra
in
zijn,
de essentieele werkingen zagen, dat die
ook kan
de kerk van het opus ad zonder
blik
bestaan
die
volle
actie
Dit, dat die
op het
werkingen
macht buiten God toe
spreken
zin
is,
neen,
verplicht,
Wezen Gods
zelf,
de
notionale
in
Nadat we
Als
zekere
wij
die
die
Hij
theologen
dit
Schrift
is
is
van
noodwendig, dat
kan,
want dat
werkingen,
er in
het
werkingen
zijn
eeuwige leven
is
te
straks van
zoo
ze kan doen,
maar
daar belijdt
God geen oogenGod God zou zijn, wat
elk oogenblik, dat
iets
in
Hem
zou
stellen.
dat er eene die
Hem
noodwendig krachtens en niet de dood.
In
er
het
dien
en de vaderen van ouds van essentieele en notio't
zijn die
notionale werkingen
Gods
uitkomen
die
en de spiratie van den Heiligen Geest.
gezien hebben, gaan wij nu eene schrede verder.
ons aangaande het
bijeen
God
zijne vrijmacht,
Wezen Gods,
zooals het
voorstelling, zeker stamelend begrip zoeken
om
nu
wij
dat
zijn,
maar potentia
notionale
omdat
daartoe twee wegen ten dienste 10.
het eigenlijke van het Goddelijk
Hem noodwendig zijn, beteekent niet, Hem noodzaakt, of eene lex aeterna,
de generatie van den Zoon
n
zijn
zuiverst,
nale werkingen in God, en in
dat het
intra,
werkingen
zonder die
zou
was de
niet
vrij
de schepping gevolg
dat
laten,
die
noemt men nationaal; en waar
uitmaken,
te
in
zichzelf in actie
:
zamelen de verschillende uitdrukkingen, die
gegeven worden, en
is,
vormen, dan staan ons
in
de Heilige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's