Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 523

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 523

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Hfdst.

Het Bewijs voor de

II.

Middelaar tusschenbeide trad

Heilige Drieëenheid uit de Openbaring.

89

den Engel des Verbonds, daar was de Open-

in

baring middellijk, en had niet de werking van den Heiligen Geest plaats

maar waar de Engel weg was, daar was de Openbaring des Heiligen Geestes. Dien Geest hebben zij smarten aangedaan, daarom is Hij geweken en bij ;

;

den

nu

Pinksterdag

zien

nadat

wij,

om

Heiligen Geest weer terugkomen In

den

„Indien

niet

niet

Ik

7

Joh.

39

:

middellijk

a.

zijne kerk te blijven tot in

in

is,

dien

eeuwigheid.

Geest en niet ;

verheerlijkt was", en daaruit zien wij derhalve, dat de

God door den Er

:

hemel gevaren

ten

in Christus heeft Gods volk rechtstreeksche daarom zegt de Heere Jezus ook in Joh. 16:7: wegga, zoo zal de Trooster tot u niet komen," en lezen wij „Want de Heilige Geest was nog niet, overmits Jezus nog

Heiligen

gemeenschap met den Heere in

Christus

Heiligen Geest rechtstreeks

gemeenschap met

de bedeeling door Christus

terwijl

is,

is.

dus twee momenten van Openbaring

zijn

de Openbaring aan de aartsvaders, de middellijke,

niet

door den Heiligen

Geest, en b.

de Openbaring

in

de woestijn, de onmiddellijke, door den Heiligen Geest.

Die Openbaring wordt nu door het volk beantwoord met een vloek

huppelen

rondom

aanbidden

;

het gouden

en

in

willen

gestalte

die

volgt het opheffen van die onmiddellijke

daarop

komt zooals

kalf

wij zagen

;

zij

gaan

den Heere

zij

gemeenschap en

weer de middellijke Openbaring.

[Evenzoo is het gelijk we zagen in het Nieuwe Testament bij de Apostelen. hebben zij te doen met den Middelaar na Christus' opvaren gold voor hen het Woord des Heeren „de Vader zelf heeft u lief" en „Wij zullen komen en woning bij hem maken".] Eerst

;

Dientengevolge zien wij dan ook

de volgende geschiedboeken den Engel

in

des Heeren terugkeeren. 1*^.

Jos.

:

hoofdmoment

het

in

5

13,

op dat

in

tijdstip

geschiedenis dat ons

Israels

is

beschreven

in

dat het volk overgaat van uit de woestijn in het

Heilige Land.

Daar wordt ons gemeld evenals Jacob vijanden", heir

heilig"

het

waarop

het

dat

Josua

een

Hij vraagt dien

Pniël.

antwoord

luidt

:

man

man

;

wordt

terwijl wij

nu

bij

uwe schoenen van uwe

„Trek

:

z

in

Cap. 6

:

ag staan

„Zijt gij

:

„Neen, maar

des Heeren", waarop, evenals aan Mozes

bevolen

20.

bij

Ik

heb ulieden

uit

ligt

in

vers

2.

want deze

plaats

is

man de Heere was.

Het optreden van die verschijning zien wij ook

hoofdmoment

ben de Vorst van het

het braambosch, aan Jozua

voeten,

2 lezen, dat die

(niet een engel)

van ons of van onze

in

Richt.

2

:

1—5, waar

Een engel des Heeren komt en zegt: „Ik

Egypte opgevoerd, maar

gij

zijt

mijner stem niet gehoorzaam

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 523

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's