Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 653
college-dictaat van een der studenten
§
dit
zijn
tijdens de
ook Gods
bestel
distinatie.
dere daad des Heeren
Cap.
Israël
Deze door God gemaakte
II.
maar eene bijzon-
Trixpói^ocric,
hoede Gods. de met de wet bevoor-
distinatie tusschen
rechte Joden en de aan zichzelf overgelaten heidenen poneert
geen
principiëele
het
essentieel
andrerzijds
Toen, vóór Christus dus, was
kreeg toen geen
leefde onder de
;
Maar
zoo moest de positie van het heidendom
{Trxpï^'jiKs.)
:
Oud-Testamentische bedeeling.
er wel degelijk
177
signis praecursoriis.
verdoemd was door haar eigen zonde.
dat de heidenwereld
was
De
4.
tusschen Joden
verschil
daarom toch
en
heidenen.
in
Dit
toont Paulus in dit tweede hoofdstuk aan.
7
VS.
—
De grondregel voor
12.
het koninkrijk der hemelen, de fundamenteele
grondregel van Gods leiding met de menschen, die eene
Chronologisch
VS. 9.
voorkeur
cap.
(cf.
I
16) geeft
:
hij
maar deze voorkeur, deze orde, die ook door
;
f^/x/^
zich hebben.
ir"
weer aan Israël een zekere geldt, waar het aankomt op
heerlijkheid en eer en vrede (vs. 10), gaat
waar sprake
daar,
is
van
de openbaring van Gods toorn en verbolgenheid. VS.
op
Het komt alleen hierop aan,
11.
want
niets anders,
17
VS.
—35. T'ffi
te
is
terwijl
zijn,
yvuirrv^q
bij
de wet het
bij
t7,q c/.XT,^dxg ïv
y.oCi.
ge een
of
God geen
a!/B-,öa)XiV/]
verschil,
v}/j>x,"/7
in u
omdraagt,
geen aanneming des persoons.
onbarmhartiger kunnen de Joden niet worden aan
en
Krasser
TctpXw
fx.cp^(ji(nc
is
Hunne roeping
gegrepen. c'S-rp/oi
er
kennen
te
hen
hun
;
zóó
eigenlijk
rw
vófM'xi
fout,
hebben.
dat ze denken
staat,
dat ze eene
Terwijl ze anderen
leeren, overtreden ze zelf.
En dan Cap.
vs. 28,
III.
yrprjyrov fièv
29
:
aan die Xbytx zich met
Israël
Doch:
er is kirKTrix
In VS.
ais
9
de heiden, dat
s.s.
ï^i-Kkcjy.v.
geen
Heeft
dan
de
tot
wetsopenbaring
de overtuiging, dat
gebleken, dat de Jood
hetzij
Joden, hetzij Grie-
tot niets geleid ? Heeft
hij in
:
Trc/yric
dan de wet
den dood lag en wat de heidenen
hx
geeft vs. 19
roemen
ttx-j
a-rbixx (ppxyf,
in zichzelven, stopt
enz.;
alles
waarom? Het
den Joodschen mond, die zou
God, dien breekt
moet verdoemelijk liggen voor God
geslacht
;
Hij.
Het gansche mensche-
Kxi óttóScksc yvjrfrxt ttxc
0£W. '
V
niet
apostel citeert, spreekt tot Joden;
niemand, die goed doet" enz. En dat
is
T(I>
is
(vs. 4).
menschen,
Oude Testament immers, waaruit de
antwoord
XÓa-pCOC
is
macht der zonde, verdoemelijk, dood voor God
van hen geldt dus:,„Er
lijke
i^i-Ja-Tr^q
Zeker, de wet gaf den waren Israëliet kennis van zonde, bracht
'LcoiAr^z?
willen
tcxc 'iv'^phiTczq
breidt de apostel dit uit: alle
den echten Jood wist. Het
zou hechten en daaraan kleven zou.
-n-i.crTLq
geweest en gevonden en daardoor
liggen onder de
ken,
boven verklaard.
De Joden hadden een prae, enorm groot was hun voordeel geweest ykp (vs. 2) God gaf aan Israël zijne XbyLx. Doch met welk doel ?
Opdat
evenzeer
;
40
o
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's