Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 407
college-dictaat van een der studenten
§
we nu
Raadplegen
de
1.
Schrift,
13
Foederis Idea.
we
dan hebben
ons dus eerst de vraag
te
stellen te midden van welke sociale verhoudingen zij is opgekomen. De Schrift toch is maar niet mechanisch tot stand gekomen, maar ze is ingegroeid in
daarom slechts uit de toestanden van haar tijd ie verstaan. Vooraf dient nog gelet op het verschil tusschen banden en verbonden. Banden duiden de organische verbindingen aan, die vanzelf tusschen mensch en mensch bestaan. Zoo is de betrekking tusschen vader en kind een band
het leven, en
Zoolang nu zulke banden normaal werken, behoeven ze niet geholpen, gestuurd te voorden door bonden. Zoo hebben vakgenooten een band, Zoo is er een gemeenschappelijke die hen aan elkander behoort te binden.
des bloeds.
van studenten tegenover hun professoren.
band
Zoo
is
ook
't
in
aan
vak organisch dikwijls
de
dat
voor,
staking
't
niet
dan het geval ?
verbonden.
elkander
is
een organische band.
Nu komt
het
bij
door hun
een werkstaking
arbeiders het aan de anderen, die aan
de georganiseerde
meedoen, euvel duiden, dat
Dan zeggen
Dat
Alle timmerlieden zijn
maatschappelijke leven.
zij
zulke werklieden
:
blijven
doorwerken.
„Wat ons
Wat
is
eigenlijk behoort te
de natuurlijke band van het vak. Laat gij die niet werken, dan „Ja, maar", antwoorden dan die enkelen, pleegt ge een daad van ontrouw". een gedie niet meedoen, „gij hebt nu in plaats van de eigenlijke organische organiseerde verbintenis in 't leven geroepen". En dat is dan weer gevolg
verbinden
is
daarvan, dat de eerste, organische band, niet genoeg werkt. Waar nu zulke natuurlijke banden liggen, gebruikt men nooit den
naam
van verbond. Bij een echtverbond zijn het de jonge man en de jonge vrouw, draagt die vóór hun huwelijk door geen band verbonden waren. Een verbond
Zoo ook bij mogendheden. Zelfs het verbond een macht in het leven. was nu Schrift der dagen In de ondergingen daar toestanden De zoo. nog Oosten dit tegenwoordig in 't is Reist men naar Palestina, en gaat men dan maar sedert weinig wijziging. altijd
een mechanisch karakter.
maar dringt men dieper het land door, dan ontmoet men mannen op paarden of kameelen, knechten van de in de Beduinenstreken heerschappijvoerders over die streken. Die mannen moeten over dat stuk lands
niet
tot
aan
Jaffa,
een vijand, tenzij ge een bepaalde som betaalt. nu de eigenaar van zulk een streek met een genabuurde verbonden, dan Is behoeft ge daar straks niet weer te betalen. De uitdrukking: „Wie niet voor wie mijn vriend niet is, is mijn mij is, is tegen mij", wil dan ook zeggen
waken,
en
vijand.
Ze
beschouwen u
als
:
zekerheid. heeft
er
is
Ge
aan
dat Beduinenleven ontleend.
moet u declareeren, of
ook een
offer plaats of eet
tegen het gemeenschappelijk gevaar.
Neutraliteit geeft daar
geen
men beschouwt u als een vijand. Dan men zout, als plechtige verbondssluiting Is
die offerande
gedaan
of dat zout gege-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's