Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 216
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
198
God
In
de liefde zelfliefde.
is
God
In
toch
het bewustzijn van de voli<o-
is
menste vohiiaaktheid, van de hoogste schoonheid, van de zuiverste heiligheid.
En
nu ook de aandrift van Gods
als
summum bonum,
op het
richt
anders vinden dan liefde
Als
Gods er
creatuur
pulchrum, sanctum, waar
zich alleen
en
er
zal Hij dat
Daarom kan ten principale de aandrift, de op zichzelven richten, omdat Hij het volmaakte Wezen is.
zichzelven ?
in
God
nu een creatuur onstaat, dan mint is
zoo mag uitdrukken, zich
mij
hart, als ik
verum,
van
inzit
iets
sanctum, dat Hijzelf er
verum,
zijn
dat creatuur, omdat het zijn
bonum,
zijn
zijn
pulchrum
zijn
plantte en alleen voorzooverre die goudkorrelen er
in
En ontstaat er in dat creatuur daarentegen eene werking, waardoor goud wordt verdonkerd en verdorven, zou Hij dan niet haten wat die ver-
glanzen.
in
dat
Dat
storende werking veroorzaakte?
verheugt
en
xyax/;, die zich in zichzelve
mint wat daarin van zijn eigen heerlijk wezen
schepsel
zijn
in
God de
in
is
ingeschapen.
is
[Men beginne dus de diepte dier liefde
Nu
God
heeft
de prediking der vloekpsalmen altoos met de
bij
psalmen op
juist in die
de Heere
den mensch
in
liefde,
om
te sporen.]
gelegd
niet alleen beminnelijkheid
in zijn creatuur uitstrooit, die dan bij dien mensch quod a Deo amatur, maar ook in de engelen- en menschenziel ingeschapen den trek, dat hunne liefde uitgaat naar hetzelfde, waarnaar Gods
als
een goudkorrcl, dien Hij
zou
zijn
id
liefde
uitgaat.
liefde,
die in
God
Dientengevolge
hem
keerende
relatie,
dat in
die in het schepsel
Om
deze
huisgezin.
bereiden
kosmisch Gelijk
relatie
Als
er
voor de leven
'6
zich
richt
in
datgene, wat èn
al
God de
Zoo
den mensch in
ook
krijgen wij
Urliebe
en dat Hij
is
in statu integro
de
zichzelf èn in den naaste van hier de telkens is
weder-
de bron van de
liefde,
is.
nu komt heel de schepping voor
van
sprake zijnen,
dan
met God
de apostel
.... ayxTYiVj
op
en doorschijnt.
uitstraalt
is,
is,
het
is
de
dat
is,
het beeld van een groot
in
Christus
heenging,
om
plaatse te
eene beeldspreukige uitdrukking voor een
dit
centrum, door wien alles vastgehouden wordt.
tot
dat
uitdrukt,
de
ka-Tiv cróv^iTfioc rr,i; TcXecbTYjTs,;
liefde
de band
(Col. 3
:
14)
;
is
der volmaaktheid,
hetgeen niet zeggen wil,
de liefde eene macht is voor ons, om ons tot volmaaktheid te brengen, maar dat de y.yy.Trr,, die uit God uitgaat en in zijn schepsel invloeit, het cement is, waardoor het kosmisch leven èn in zichzelf èn met God als centrum in dat
volmaaktheid wordt saamgehouden.
En dat nu de apostel zegt: niet, is
b
3-c;<;
xyxTr^ ko-riv, het drukt
behalve vele andere dingen, óok liefde
van Gods wezen
;
dat niet volkomenlijk
maar
neen,
God
in
totus
zijne
Deus
is,
uit,
dat er
in
God
en dat dus de liefde een deel
charitas est
volmaaktheid bemint.
;
er
Er
is is
niets in in
God,
God geene
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's