Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 267

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 267

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

§

De zonde

3.

in het Paradijs.

is de zonde overgegaan in het organisme nog geheel in Adam besloten lag. Het bericht ons hierover in Gen. 3 meegedeeld is historie en noch mythe noch allegorie. Zij zoekt haar ingang niet bij Adam, maar bij Eva, niet in 't zinnelijke,

Uit de gevallen engelenwereld

der menschheid, toen

maar

de zelfverheffing van den geest. De wigge, waarmee

in

de bekoring eener gelogen

is 't

dit

proefgebod richt

staande

is

zij

zij

eerst

haar aanval en

door

Adam

zij

in

zij

Niet op de natuurwet,

realiteit.

indringt,

maar op

breekt het verbond. Desniettegen-

Toen

het zinnelijke uitgebroken.

Adam, Gods zoon en gunsteling en bondgenoot, ons aller hoofd en de bewaarder van het paradijs, er toe kwam, om te midden van den weelderigsten overvloed,

Gods

om

vijand, heel zijn

Satan

zijn

God

een nietig stuk ooft

nakomend geslacht

een leugenaar

loos gruwbre daad te

hunnen komen de zonde

menschheid plotseling en op

de

waarin

hij

paradijs te verraden aan

in

gekomen en zijn

en tegenover tot

de kern van

eenmaal

stond en wierd zondaar naar

om

toen moest

te schelden,

vooraf tot de ontzettendste spanning zijn heel

't

te vergiftigen

zoo name-

zijn

viel hij

persoon

en

in

hem

de heerlijkheid,

uit

natuur en neiging.

Toelichting.

De verhouding van den mensch

1.

Men

ware en den mensch dus

niet gevallen niet te

pas

;

de mensch

tot

de Engelen-wereld.

mensch staande zou gebleven

heeft gevraagd of de

niet verleid

had

met de geestelijke wereld

waartoe de mensch behoort,

is

wezen, den aard des menschen staan. Die zedelijke wereld tot die zedelijke

maar als

nu

is

is

:

in contact.

De

mensch evengoed met de

zedelijke wereldorde immers,

niet

aan de

tellus ontleend,

om

direct

met de zedelijke wereld

en het behoort tot het

niet iets ideaals, iets Platonisch,

Het koninkrijk Gods

is

Ivric i,awy

in

contact te

maar concreet; en niet accessoir,

voor den mensch

;

dus geen bestaan denkbaar zonder contact met die engelenwereld.

Hoe flauwer de mensch wordt, des keerd

indien Satan eens

wereldorde behoort een organische engelenwereld,

als integreerend deel.

mensch

zijn,

Deze vraag komt echter

een kosmische verschijning en niet een tellurisch pro-

is

duct, gelijk de materialisten beweren. Organisch staat de tellus als

!

te

meer wijkt dat contact

wordt de mensch wedergeboren, dan wordt

dit

;

maar ook omge-

contact weer levend. Als

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's

Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 267

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's