Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 851
college-dictaat van een der studenten
Hoofddeel Het
onberijmde
kiezing
Het Schriftgebruik
2.
161
anderen weg; er wordt bedoeld de ver-
echter een
volgt
enz.
uitverkiezing
zaligheid
ter
Die
kern.
ook
;
onder het symbolische weer een het huis des Heeren dienst doen, zijn
hier schuilt
die
priesters,
in
Hem
van de geestelijke positie der kinderen Gods, die
beelden dienen
Vaderhuis.
het
in
genomen,
wonen
des Heeren. Globaal genomen slaan dus die woorden niet op de
huis
geestelijke
zouden
psalmen
Vele
zijn
voor de gemeeente onbruikbaar
zij
eeuwig zullen
priesterlijk; in letterlijken zin zijn
men
onderscheidt
;
den symbolischen bolster en de geestelijke kern, dan spreekt dat wij die laatste moeten hebben. Grammaticaal uitgelegd zijn
tusschen
echter
vanzelf,
het
§
der priesters, die, geroepen tot het priesterhjk ambt, mochten
het
in
VI.
deze plaatsen dus
van de verkiezing
niet te verstaan
ter zaligheid.
Naast de verkiezing van het volk vinden wij nog die van enkele geslachten, bijv. in Deuteron. 21 5 „de Hcere uw God heeft de kinderen van Levi ver:
koren"
in
;
:
Psalm 78
„Maar
68:
:
Hij
verkoos den stam Juda, den berg Sion
komt dan ook nog de verkiezing uit zulk een stam van één bepaalden persoon. Zoo in Numeri 16 5 en 7, waar wij in den stam van Levi Aaron en Korach tegenover elkander zien staan. De Heere geeft dien
liefhad". Hierbij
Hij
:
nu
dat Hij „dien Hij verkoren zal hebben, tot Zich zal doen naderen"
aan,
;
woorden dus als in Ps. 65 5, Ditzelfde vinden wij ook in Numeri 17 5; Deuter. 18 5 en 2 Sam. 6 21 van Abrahams verkiezing lezen wij in Neh. 9 6 en Psalm 78 17 geeft ons bijna dezelfde
:
:
:
:
:
van
die
David.
In
die
al
plaatsen
:
echter heeft het begrip van „verkiezen"
eene geheel andere beteekenis dan de dogmatische
geene van die uitspraken
;
moet dan ook anders dan door afleiding gebruikt worden om de verkiezing toe te lichten.
Bovendien
wordt
toegeschreven
Zoo
bijv.
in
tegenover
24
Jos.
om Hem
hebben
niet
22
heet het tot het volk, dat
Spr.
1
:
29
Psalm 119
in
:
zij
zich „den Heere verkoren
173 lezen wij:
zegt van de goddeloozcn, dat
hebben verkoren", en
om
aan
te
tijd
roept
tot
de
goden, die
gij
„Ik heb
uwc
„de vreeze des
zij
duiden, dat Israël eene verkeerde
uitverkiezing deed door de afgoden te dienen, zegt Richtcren 10
henen,
God
maar ook aan dat volk tegenover God.
volk,
Zijn
dienen", en
te
bevelen verkoren".
Heeren
:
O. T. het begrip der electie niet alleen aan
het
in
verkoren hebt
:
14
:
„Gaat
laten die u verlossen, ter
;
uwer benauwdheid".
Nog merkwaardiger Gods
zijde en die
vinden gesteld, zal,
weet
dewijl gij
gij
n.1.
is
zelfs
èéne
uitspraak,
van des menschen zijde in
Job 34
:
Hierin
waar
Zoudt ligt
gij
wij
de verkiezing van
ééne zinsnede tegenover elkander
33: „Zal het van u
Hem versmaadt?
dan ? spreek".
in
zijn
hoe
Hij iets
dan verkiezen, en
deze gedachte
:
Moet van
niet
vergelden
ik?
Wat
u de bepaling
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's