Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 149

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 149

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

§

De

begrip.

sief

De essentia

5.

actie echter

is

het

Dei.

en daar ik het ben, die

i/sc-w,

dingen eigenlijk

aller

weer terecht

„Ego cogito" van Descartes;

het

weggeworpen, om klaren

in

houden

het ego over te

Zoo komt

het Ich.

grond en substantie bij

131

alleen heeft

de

van

schijnwerking

van

identiteit

het

en

Ich

het „cogito"

het

De

Hij

blijven.

ver-

te

eenige substantie

kosmos wegging

kwam is

idee,

wat

iets

Daarom

denkt.

gij

toen op de

deze

identiteit;

uit.

De

na hem komend, merkte daartegen zeer natuurlijk op:

Hegel,

een

Ich zou

Nicht-Ich.

maakt het wezen der dingen

is

de

is.

alleen

zij

ligt

Fichte eigenlijk hij

waaruit alles

als datgene,

Schelling gevoelde heel goed, hoe zoo de realiteit van den

en

vsi'j,

stelde

hij

identiteit

de absolute idee als de

eigenlijke substantie.

draaide het dus altoos

Feitelijk

om

„Ego cogito", waaruit Fichte

Cartesius'

het ego. Schelling den inhoud en Hegel louter de formeele idee uitlichtte.

Naar de

historie

leert,

dus

is

het begrip „substantia" waarlijk geen vast

door nauwkeurige grenzen

begrip,

Men

komen dan

nooit verder

tot het

komt daarvandaan, dat de

Dat

bepaald.

grondbegrippen alle definitie weigeren.

kan met de

definitie

van het wezen

zeggen: „Het wezen van een ding

is

het

wezen van dat dingl"

I D.

dus

Blijkt

uit

den aard der zaak en

van

historie, dat het begrip

de

uit

de vraag, hoe wij op godgeleerd terrein

het

wezen

toch

met dat begrip kunnen opereeren. Daarop nu antwoordt de paragraaf, dat sprekende over het wezen Gods, nooit van ons verstand of van abstracte

wij,

niet te definieeren

moeten

denking

is,

Alle

uitgaan.

redeneering te steunen, loopt

uit

dan

rijst

om

poging toch,

de dogmata door abstracte

op valsche scholastiek

of valt ineen.

dan heeft men vasten grond onder de voeten,

als

men teruggaat op

gewaarwordingen,

om

van daaruit op

innerlijk leven en

Wel

religieuse

te verstaan,

naar

maar

genade-toestand,

daarom

is

divinitatis,

dien

Want

niet al

die

ipsis

in

te

eenigen

fundamenteele,

als

niet als

een speciale,

zonde- of

bijzonderen

de grondgewaarwordingen

ons eigen binnenste, alzoo uitsluitend die gewaar-

paragrafen

vorige

zoo uitvoerig stilgestaan

medullis et visceribus hominis infixus.

hebben,

heeft

van

laat

men ook

eerst

klimmen.

te

met ons eigen zelfbesef en zelfbewustzijn gegeven de

in

in

aanleiding

de

als

van het religieuse leven wordingen,

gewaarwordingen" genomen

„religieuse

bevinding

particuliere

En

zijn eigen

men dan

tien Bijbels

afzien

van

alle

voor zich en

Als

bij

zijn.

men

verklaart,

theologische constructie.

al bezit

men ook

getisch verstand van dien Bijbel, zonder innerlijke aansluiting aan het

Wezen komt men toch geen

Juist

den sensus

alle

exe-

Eeuwige

stap verder.

9

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 149

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's