Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 442
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Magistratu.
414 land
het
zooals
zoodat
onderdanen van den eed van gehoorzaamheid
en de
leggen
te
ontslaan,
uit
Paus aan zulk een
de
te
met Jan Zonderland bekend is, magistraatspersoon de magistrale macht kan
de geschiedenis vooral
ontnemen.
Het eenig als
lus
discretionis
edict
Overheid
daaruit leert
van
et
approbationis wil zeggen, dat de Overheid
in niets
de kerk aanneemt, omdat de Kerk het zegt, maar omdat
Gods Woord onderzoekt en zoo haar eigen rechten en kennen. Daarop moet vooral de nadruk gelegd worden. zelf
zij
plichten
Hierin bestaat dan ook het verschil tusschen de Romeinsche en Byzantijnsche opvatting, dat de
Roomsche
feitelijk
Byzantijnsche de facto, nog niet
den magistraat onder de kerk brengt en de de Kerk brengt onder de Overheid
in theorie,
of Souverein.
V.
Thans
blijven ons
der Gereformeerden op
nog twee punten
dit
ter
bespreking over
stuk een helder inzicht te krijgen.
om
in
de theorie
Het eerste gold
mag dwingen den kwade mag bedwingen.
de vraag, of de magistraat ten goede het tweede
:
of
de magistraat
Het eerste geldt de vraag der consciëntievrijheid, het tweede geldt de verhouding van de Overheid tegenover de Bij elk
A,
ketterij.
van deze twee punten zullen
we
thans afzonderlijk stilstaan.
Het vraagstuk der consciëntievrijheid.
De Roomsche kerk had geleerd, dat de Overheid haar onderdanen ook beheerschen mag in foro consciëntiae. Daarmede hing de instelling van de inquisitie samen. De inquisitie geldt n.1. niet enkel voor de uitwendige daad, want, wanneer iemand uitwendig
zijn
godsdienstige plichten verzuimde of aan een niet getole-
reerde culte deelnam, werd
nog een waar ze zegt: het is niet genoeg, dat ge uitwendig geen verkeerde dingen doet of spreekt, maar debeo inquirere in personam alicuius, d. w. z. waar ze zegt te moeten toezien, of het van binnen in den mensch goed is en te moeten doordringen tot binnen in het heiligdom van 's menschen innerlijk leven, om daar ook de dwaling en inquisitie bestond.
hij
altoos strafbaar bevonden, voordat er
Neen, de eigenlijke inquisitie
is
eerst daar,
kwaad op te sporen en met wortel en tak uit te roeien. Daarmee hing weer saam, dat op de ontdekking van inwendig kwaad in iemand de poena capitalis stond. Elk ander misdadiger kon men gevangen zetten, daarentegen bij personen met inwendig kwaad zou dit aan het kwaad niets afdoen. Zit het kwaad bij een persoon slechts uitwendig in zijn spreken en handelen, dan kan men van opsluiting heil verwachten, doch, zit het kwaad niet in de uitwendige daad, maar is het schuldig in het hart, het gemoed en de ziel des menschen bevonden, dan helpt opsluiting niets. Het het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's