Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 578

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 578

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Locus DE Deo (Pars Altera.)

144

die oudste

meer vereerd werden immers Kronos Daarin hebben wij dus slechts eene zwakke herin-

oppergoden zoo goed

had geen eeredienst meer. van éen God, die

nering

Opmerkelijk

het, dat

is

geen polytheïsme sprake

;

het polytheïsme

in

maar

tisch besef hoogstens,

als niet

was overgegaan, een monotheïsGod.

volstrekt geen levende

men

de Heilige Schrift voor den zondvloed van

in

Dit verdient de aandacht,

vindt.

omdat men toch zoo

kon meenen, dat het polytheïsme reeds zeer spoedig na den

licht

Dit

treden.

men

dat

toen had menschen met en zonder religie

geslacht

tisch

eenheid

Babel

bij

wij

zien

de

op eigen hand, en zoo

Gaan we nu

bij

dat

in

dit,

10.

;

geboden,

als

kwam

ingedeze,

uit het

Noachie-

in

deelen,

nam

waren God mee, en verwerkte en vervalschte

die

het polytheïsme in de wereld.

wat zien we dan?

Israël zelf,

X geboden,

de

is

komen, en wel na de verstoring der

veelgoderij

elk volk zijne kennis van den

is

pseudo-religie bestond er

toen het menschelijk geslacht gesplitst werd

;

val

de voorstelling van de Heilige Schrift

;

waren kinderen Gods en kinderen der menschen. Eerst

er

niet,

echter niet zoo

is

Israels grondwet, als uitgangspunt van alle

principium der wet, bovenaan staat: „Gij zu\t geene andere goden

voor mijn aangezicht hebben." Ziedaar

monotheïsme.

het

wikkeling der

maar

religie,

men

stuk van Israël vindt

Hier

bij

het

is

volstrekt geen sprake van hoogere ont-

het uitgangspunt in de woestijn,

monotheïsme

principieel

bij

het oudste

zoo kras mogelijk uitge-

sproken, en dat wel niet thetisch, zooals in het Paradijs, maar antithetisch. Er staat

mijn

niet

:

„Gij

zult

God

dienen", maar

aangezicht hebben"; dat

„Gij zult

:

notheïsme zich tegenover het polytheïsme

Wat

is

nu de vorm, waarin

geene andere goden voor

de antithetische uitspraak, waarmee het mo-

is

stelt.

zoekt op

Israël dit

te vatten ?

monotheïsme wel aanwil, dien waren God nu ook in een beeld voor zich zetten gaat. Dat is de kalverdienst. Die kalverdienst had niet het idee van afgoderij, maar bedoelde aanbidding van God in Deze,

dat

het volk, dat aan het

eene zichtbare gestalte, waarvan

Wat

zien

we nu

verder

in

de

we later de repetitie vinden bij Dan en Bethel. Wet? Dit, dat die min zuivere opvatting van

monotheïsme wordt uitgeroeid met wortel en tak in het 2^^ gebod waar gezegd wordt „Gij zult u geen gesneden beeld maken" etc, en we zien dan het

:

ook, dat

om

dien kalverdienst de 10

de historie niets meer van hen

te

stammen verworpen worden,

vinden

zij

;

zijn slechts

De

vereering die tot polytheïsme leidde wordt dus

en

niet

zoo

alleen

is

het

beslist mogelijk

kalverdienst zoowel

monotheïsme

in

het

l^te

bepaald en gehandhaafd in

de woestijn

als bij

in

bij

er

is

verder

in

een verstrooide hoop.

den wortel afgesneden,

gebod afgekondigd, maar ook het

Dan en

overhoop werpen van den

Bethel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 578

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's