Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 578
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Altera.)
144
die oudste
meer vereerd werden immers Kronos Daarin hebben wij dus slechts eene zwakke herin-
oppergoden zoo goed
had geen eeredienst meer. van éen God, die
nering
Opmerkelijk
het, dat
is
geen polytheïsme sprake
;
het polytheïsme
in
maar
tisch besef hoogstens,
als niet
was overgegaan, een monotheïsGod.
volstrekt geen levende
men
de Heilige Schrift voor den zondvloed van
in
Dit verdient de aandacht,
vindt.
omdat men toch zoo
kon meenen, dat het polytheïsme reeds zeer spoedig na den
licht
Dit
treden.
men
dat
toen had menschen met en zonder religie
geslacht
tisch
eenheid
Babel
bij
wij
zien
de
op eigen hand, en zoo
Gaan we nu
bij
dat
in
dit,
10.
;
geboden,
als
kwam
ingedeze,
uit het
Noachie-
in
deelen,
nam
waren God mee, en verwerkte en vervalschte
die
het polytheïsme in de wereld.
wat zien we dan?
Israël zelf,
X geboden,
de
is
komen, en wel na de verstoring der
veelgoderij
elk volk zijne kennis van den
is
pseudo-religie bestond er
toen het menschelijk geslacht gesplitst werd
;
val
de voorstelling van de Heilige Schrift
;
waren kinderen Gods en kinderen der menschen. Eerst
er
niet,
echter niet zoo
is
Israels grondwet, als uitgangspunt van alle
principium der wet, bovenaan staat: „Gij zu\t geene andere goden
voor mijn aangezicht hebben." Ziedaar
monotheïsme.
het
wikkeling der
maar
religie,
men
stuk van Israël vindt
Hier
bij
het
is
volstrekt geen sprake van hoogere ont-
het uitgangspunt in de woestijn,
monotheïsme
principieel
bij
het oudste
zoo kras mogelijk uitge-
sproken, en dat wel niet thetisch, zooals in het Paradijs, maar antithetisch. Er staat
mijn
niet
:
„Gij
zult
God
dienen", maar
aangezicht hebben"; dat
„Gij zult
:
notheïsme zich tegenover het polytheïsme
Wat
is
nu de vorm, waarin
geene andere goden voor
de antithetische uitspraak, waarmee het mo-
is
stelt.
zoekt op
Israël dit
te vatten ?
monotheïsme wel aanwil, dien waren God nu ook in een beeld voor zich zetten gaat. Dat is de kalverdienst. Die kalverdienst had niet het idee van afgoderij, maar bedoelde aanbidding van God in Deze,
dat
het volk, dat aan het
eene zichtbare gestalte, waarvan
Wat
zien
we nu
verder
in
de
we later de repetitie vinden bij Dan en Bethel. Wet? Dit, dat die min zuivere opvatting van
monotheïsme wordt uitgeroeid met wortel en tak in het 2^^ gebod waar gezegd wordt „Gij zult u geen gesneden beeld maken" etc, en we zien dan het
:
ook, dat
om
dien kalverdienst de 10
de historie niets meer van hen
te
stammen verworpen worden,
vinden
zij
;
zijn slechts
De
vereering die tot polytheïsme leidde wordt dus
en
niet
zoo
alleen
is
het
beslist mogelijk
kalverdienst zoowel
monotheïsme
in
het
l^te
bepaald en gehandhaafd in
de woestijn
als bij
in
bij
er
is
verder
in
een verstrooide hoop.
den wortel afgesneden,
gebod afgekondigd, maar ook het
Dan en
overhoop werpen van den
Bethel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's