Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 331
college-dictaat van een der studenten
§ de aarde volken
de voetbank zijner voeten.
is
de
was dus
toch
Geen wonder
het
dit
is
Jozua de
2:11
blijkt
God van
bij
Hij
toch
Dat
God
Wat men
dit
gemeen, dat
juist al
Hem
wat
Men
de Schriftuurlijke voorstelling.
kunnen met de aanhaling der
Hoe openbaart de
„Onze God maar
:
beiden op
zij
bleef in
want
dringen
heeft, is in te
algemeene termen hangen. Maar
De vraag
hier niet volstaan.
loei classici
is,
behaagt.
de omnipraesentia Dei altoos verzuimd
bij
goden alleen
alle
psalm, waar de tegenstelling
de tegenstelling, dat „onze God" niet beperkt
dit is
den hemel en doet
in
zoodanig
des hemels
allerminst eene exclusieve uitdrukking,
is
met de afgoden heeft „onze God"
:
de vreemde
bij
Israël als
de heidensche volken
dus, dat in den lissen
hemel."
maar
zijn,
is
den
in
aarde
wij
In
dat
313
gemaakt wordt met de afgoden der heidenen, gezegd wordt
juist
in
Dei.
reeds destijds eene overtuiging, dat de
op de aarde was. Nu waren
op aarde.
is
doorgedrongen,
overtuiging
bestond. Daar tegelijk
De viRTUTiBus
7.
Heilige Schrift ons de omnipraesentia
is:
Dei?
de beantwoording dezer vraag moet op twee gewichtige dingen worden
Bij
gewezen.
de eerste plaats openbaart de Schrift ons den Heere
In
op de cherubs, D'-insn strueerd.
En
De berg Sion
alwaar
ruste,
niet
met
de tweede plaats
in
wonende voor. zijner
nt?''\
is
3,
stelt
maar
transitief
met het
ons de Schrift den Heere
verkoren
tot
lnni:72 ni^iJS,
Hij zetelt in het heilige der heiligen.
wonende
als
artikel
geconSion
als in
de woonplaats
tot
Eene
voorstelling,
waarmee samenhangt, niet als nieuwe, maar als daaruit afgeleide voorstelling, het wonen van God in Christus en in het hart der geloovigen en iv r;; cV.>«A/;o-/x. Cf.
Psalm 50
hangt
deze
verbonden
;
Jes.
37
:
16
;
1
Sam. 4
:
4.
Met de
God op de wolken
eerste voorstelling
vaart,
met de cherubs, en zonder de cherubs Psalm 50
cf. :
3,
Ps.
18
Nah.
11
:
1
:
3
pU.
e. a.
In
2 en 3
:
andere weer saam, dat
Psalm 18 hebben wij eene breede teekening van de diepe verslagenheid,
God opkomt met een onweder, waardoor de vijand verschrikt op de vlucht wordt gejaagd. In vs. 8— 16 wordt het nederkomen van Jehova beschreven. En daarin zegt dan vs. 11, dat God waarin David gevallen was. Totdat plotseling
neder voer op een cherub. In
Psalm 50
onweder, zijne
als
woning,
:
3
vv.
hebben wij dezelfde voorstelling van een storm en
den wagen Gods, waarin
om op
Hij
aarde zijne oordeelen
gedacht wordt neder uit te
oefenen.
te
Zoo ook
dalen in
uit
Nah.
waar des Heeren weg in wervelwind wordt voorgesteld. Deze plaatsen doelen op zoodanig een storm, dat heel de natuur verschrikt, wijl God zijne 1
:
3,
praesentie
gevoelen
doet
in
zijn
afdalen tot deze aarde, niet op een
gewoon
onweder.
De
voorstelling
nu
van
den cherub en die van het wonen
in
Sion waren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's