Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 406
college-dictaat van een der studenten
Lócus DE Sacra Scriptura (Pars Secunda.)
232
reeks
van
Rome
zich op Schriftuurplaatsen b.v. „op dezen Petrus zal Ik mijne
bouwen"
uitspraken,
„wat
of
dat
binden
gij
orgaan
dit
zult
niet
kan ingesteld
zijn.
Wel beroept gemeente
op aarde enz."
Antwoord, a) Deze reeks geldt zeer bepaaldelijk de apostelen; geen zweem er van, dat dit gelden zou voor personen na de apostelen. De apostelen zijn een unicum in de Schrift, eene verschijning die niet gerepeteerd wordt. Het orgais
nisme der waarheid heeft maar één
De
b)
apostelen
Rome
dien zin, waarin
hadden
een inzicht
Woord Gods
het
onder hen (en die
van apostelen,
de kerk
zijn er
aller
eeuwen
:
dan
Neen! c)
zij
een
apostel
brengen. zij
heeft mij
Waren
er geschillen
geen gebruik van de door
God geopenbaard,
— verge-
Paulus en Barnabas enz.
Nergens
op de Schrift en halen de gemeente
zelf
er
bij.
Als zulk een orgaan in de apostelen zelf gegeven ware geweest, dan had
eenvoudig of
't
in
een orgaan des Geestes „zoo openbaart mij God".
als
beroepen zich
te
geweest), dan maakten
het geschil tusschen Petrus en Paulus,
zegt
gebezigd
niet
gezag van den paus wil laten gelden. De apostelen de Schrift, beperkt tot hunne werkzaamheden, n.1. om
God hun geschonken macht, zeggende zoo lijk
niet meer.
de waarheid
in
't
in
tot
tal
hebben hun inzicht
zelf
eenparig moeten
zijn.
apostolaat niet dien zin heeft gehad. apostolaat
is
geen sprake.
Is
dit niet
't
geval, dan blijkt, dat het
Wat
Nergens,
in
zien wij nu? Van een éénhoofdig geen geval gaan de andere apostelen
naar Petrus om eene beslissing. Integendeel steunpilaren der kerk worden genoemd èn Petrus èn Jacobus èn Johannes op één lijn en als „gleichberechtigt", En Paulus pretendeert niet alleen, dat zijn gezag even ver reikt als dat van de andere apostelen,
Petrus
zelf
tot
dan
belofte,
de
komt
kennis niet
dit
expres getoond visioen. hij
uit
maar
komt,
te
Antiochië werpt
dat
ook
hij zelfs
Petrus
uit.
En
als
de heidenen deel hebben aan de
door eene hem inhaerente kennis, maar door een hij ex cathedra infallabiliter spreken, dan moest
Zou
zich zelf die kennis gehad hebben notione clara.
d)
Hadden
geloof
der
wij
kerk
de toepassing er
in
het
apostolaat
zulk
een
instelling en
was deze
in
het
opgenomen, dan zou in de eerste tijden bij eiken twistappel van moeten gemaakt zijn op de apostelen. Maar van zulk eenen
recursus
ad apostolos is nergens sprake. Integendeel op het eerste convent Jeruzalem komen saam: presbyters en apostelen, niet om eene beslissing te geven, maar er is discussie en aldaar zegt Jacobus niet: zóó openbaart mij God
te
maar men spreekt van ervaring, experientie „nademaal wij zien, dat ook de heidenen deel hebben enz." De beslissing is dus genomen door apostelen en :
presbyters
en de uitspraak is steunende op argumenten en waarneming. In de eeuwen na de apostelen vinden wij ook nergens, dat de apostolische patres als de opvolgers van de apostelen zouden erkend zijn. Altoos zien wij den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's