Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 455
college-dictaat van een der studenten
§
De magistratu
12.
En evenmin kon Deut.
2—6
17 vs.
sua
in
van
ecdesiam
in
gading
zijn
427
relatione.
zijn,
overmits de Overheid
moeten inquireeren en b.v. alle personen, die in ons land de Mis bedienen of bij het bedienen van de Mis zich neerbuigen, wegens het geen blijkens vr. 80 van onzen Catechismus ook voor hem, den heer Van alsdan
had
zelfs
vervloekte
Velzen,
zou moeten
afgoderij
dood brengen.
ter
zonder sparen of verschooning onverbiddelijk
is,
Vandaar, dat onze hooggeachte opponent deze
zake dienende, afdoende en
duidelijke, ter
entegen het aanhield op Lev. 24
geboden liggen liet, en daaromdat daar van iets zoo vrees-
stellige
16 alleen,
en schriklijks melding wordt gemaakt, dat
lijks
uiterste geval te executeeren
Maar
op eene bepaling
mij
ik
van goddelijke
strafwetboek
twee
op het schavot,
artikelen,
alleen in het
dan ook zich
zelf.
het Israëlietische strafwetboek, overmits
uit
autoriteit
is
en vind
maar
die over afgoderij handelen,
handelende van afgoderij,
ik
om
mee gedekt wordt.
het, oordeelt
daarentegen één artikel over Godslastering, dat
mag
systeem
zijn
er
eene bewijsvoering, ieder voelt
zulk
Beroep dit
vs.
ik in dit
mij te kras
strafwetboek
zouden
zijn,
naar willekeur, de desbetreffende
niet
en
mijn kader zou passen, dan
in
arti-
overslaan en toepassing vragen van een ander artikel, dat mij wel toe-
kelen
maar eenvoudig op het gegeven geval niet slaat. Er dient dus aan den heer Van Velzen en wie met hem eenstemmig denken de eisch te worden gesteld, dat ze óf van afgoderij handelende, zich houden zullen aan de desbetreffende bepalingen van het Israëlietisch strafwetboek, óf wel dat ze, van meening zijnde, dat dit niet behoeft, dan ook zullen erkennen,
lacht,
ze
dat
strafwetboek niet meer als voor ons geldende beschouwen en op
dit
dien grond zich niet houden aan wat geschreven staat.
Doet nu de heer Van Velzen het met de
hij
inquisitie,
de Overheid
En doet
de uitroeiing van
dan kantelt
alle
zijn
systeem en moet
Roomsche landgenooten
b.v.
aan
als plicht voorschrijven.
het laatste, dan verliest
hij
Israëlietische
eerste,
strafwetboek
hij
hiermede ook het recht
nu toch weer Lev. 24
vs.
om
16 te citeeren
;
uit het
althans
nog geldend gebod. Zoo ziet men dus, dat de eenig overgebleven Schriftuurplaats, die van Lev. 24 vs. 16 al evenmin zoo
hij
het citeeren wilde als voor ons
steek houdt lo.
omdat ze
20.
op gevallen,
30. als
NO.
niet
van afgoderij handelt
als die
van Servet,
niet slaat
;
en
strafwetbepaling, zonder meer, voor ons niet geldt.
314 van de Heraut behelst een
artikel,
waarvan de
eerste 3 alinea's
aldus luiden
Nog ter
één
enkel
bespreking
punt
over,
blijft
We
uit
den „Open
brief"
van den heer Van Velzen
bedoelen het zoogenaamde „akeligheidsargument."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's