Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 495
college-dictaat van een der studenten
Hfdst.
Het Bewijs voor de
II.
Heilige drieëenheid uit de Openbaring.
verder spreken niet achterwege hebben gelaten, terwijl
nu overigens
hij
6i
in
het
enkelvoud spreekt.
Ook
b.
men
zich
aanhaling
der
beriep
op Cant,
1
4 waar
:
staat
„Trek
:
mj
mij,
U
zullen
naloopen."
Was
de
op dezen
tekst
vorige Schriftuurplaats
bepaald belachelijk.
is
Zij
dom
te
noemen, het beroep
die hier spreekt,
is
de Sulamith, een
dat vergezeld van hare maagden, hare liefde tot haren Bruidegom
landmeisje,
Het meervoud
verklaart.
is
dus vanzelf duidelijk, maar hoe belachelijk
is
het
nu dat die uitleggers den pluralis maiestatis willen toepassen op een eenvouen
landmeisje,
dig
naar
dan kan
;
nog wel
dat
op haar
terwijl
zij
handelt van haren min-
wel allerminst van zulk een pluralis sprake
er toch
zijn.
van keizer Wilhelm lezen wij in het begin „Wir Wilde Duitsche keizer op een feestmaal, dan zal hij niet spreken van „wir", maar van „ich". Een prins die eene prinses ten huwelijk vraagt, schrijft bij zijn aanzoek niet „wij", wat aan bigamie zou doen denken, maar „ik".] een
[In
staatsstuk
maar
helm",
:
is
Het onhoudbare van deze pogingen dan ook inziende,
om
Testament, c.
3
Joh.
we
gaan op het Nieuwe
te
en
11
:
Zien
blijken.
over
12
dien
bemerken
dan
in,
singularis Aiyw, en onmiddellijk na vers ttTTC'j,
later in liTt^
voud, ook waar Hij zegt
Nu
volgt
demus in
het
dan als
verband
is
Jood
men
wij, dat hij begint
:
i^/,i/
meervoud,
11
a.fjLr,v,
de oplossing niet
Oude in
met een
in het
eene plechtige betuiging, waar wij
in
enkelin
de
zouden verwachten.
cUxfivj AxAiS^cv, en vraagt
'i
het
komt dat enkelvoud weer terug
de Heere Jezus spreekt alzoo van Zichzelven
;
eerste plaats een pluralis maiestatis
hiervan,
verliet
ook daar vond men eene plaats
het gebruik van den pluralis maiestatis zou
waaruit tekst
;
men naar de reden
De Heere Jezus toch
niet moeielijk.
stelt
Nico-
tegenover Zichzelven alleen, maar tegenover Zichzelven
met de profeten die voorafgingen, bepaaldelijk met Johannes den
Nicodemus droeg
Jood kennis van het getuigenis van Johannes dat weer steunde op het getuigenis der profeten, en zijne fout was, gelijk de Heere Jezus hem verwijt, dat hij, die dit alles moest kennen als leeraar, niet de vervulling daarvan in Jezus had gevonden, en niet had opgemerkt wat door de profeten was geopenbaard. Bovendien is het ongerijmd dat de Heere Jezus, nu in 't verborgen met Nicodemus sprekende, een pluralis maiestatis zon gebruiken, terwijl Hij in al
Dooper.
voorafging,
hij
wist
dat
als
dit
Zijne redenen die wij over hebben, in
blikken altijd
in
woorden
gedaan, 't
in
Zijne bergrede,
enkelvoud spreekt,
ja,
al
waar
waar
Zijne verklaringen in plechtige oogenHij
Hij
de wet van Zijn koninkrijk geeft,
zelfs
10 a 20 pronomina en werk-
bezigt tegenover Nicodemus, in het enkelvoud.
Wij hebben dus de onhoudbaarheid aangetoond van het gevoelen der sub
1
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's