Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 495

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 495

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Hfdst.

Het Bewijs voor de

II.

Heilige drieëenheid uit de Openbaring.

verder spreken niet achterwege hebben gelaten, terwijl

nu overigens

hij

6i

in

het

enkelvoud spreekt.

Ook

b.

men

zich

aanhaling

der

beriep

op Cant,

1

4 waar

:

staat

„Trek

:

mj

mij,

U

zullen

naloopen."

Was

de

op dezen

tekst

vorige Schriftuurplaats

bepaald belachelijk.

is

Zij

dom

te

noemen, het beroep

die hier spreekt,

is

de Sulamith, een

dat vergezeld van hare maagden, hare liefde tot haren Bruidegom

landmeisje,

Het meervoud

verklaart.

is

dus vanzelf duidelijk, maar hoe belachelijk

is

het

nu dat die uitleggers den pluralis maiestatis willen toepassen op een eenvouen

landmeisje,

dig

naar

dan kan

;

nog wel

dat

op haar

terwijl

zij

handelt van haren min-

wel allerminst van zulk een pluralis sprake

er toch

zijn.

van keizer Wilhelm lezen wij in het begin „Wir Wilde Duitsche keizer op een feestmaal, dan zal hij niet spreken van „wir", maar van „ich". Een prins die eene prinses ten huwelijk vraagt, schrijft bij zijn aanzoek niet „wij", wat aan bigamie zou doen denken, maar „ik".] een

[In

staatsstuk

maar

helm",

:

is

Het onhoudbare van deze pogingen dan ook inziende,

om

Testament, c.

3

Joh.

we

gaan op het Nieuwe

te

en

11

:

Zien

blijken.

over

12

dien

bemerken

dan

in,

singularis Aiyw, en onmiddellijk na vers ttTTC'j,

later in liTt^

voud, ook waar Hij zegt

Nu

volgt

demus in

het

dan als

verband

is

Jood

men

wij, dat hij begint

:

i^/,i/

meervoud,

11

a.fjLr,v,

de oplossing niet

Oude in

met een

in het

eene plechtige betuiging, waar wij

in

enkelin

de

zouden verwachten.

cUxfivj AxAiS^cv, en vraagt

'i

het

komt dat enkelvoud weer terug

de Heere Jezus spreekt alzoo van Zichzelven

;

eerste plaats een pluralis maiestatis

hiervan,

verliet

ook daar vond men eene plaats

het gebruik van den pluralis maiestatis zou

waaruit tekst

;

men naar de reden

De Heere Jezus toch

niet moeielijk.

stelt

Nico-

tegenover Zichzelven alleen, maar tegenover Zichzelven

met de profeten die voorafgingen, bepaaldelijk met Johannes den

Nicodemus droeg

Jood kennis van het getuigenis van Johannes dat weer steunde op het getuigenis der profeten, en zijne fout was, gelijk de Heere Jezus hem verwijt, dat hij, die dit alles moest kennen als leeraar, niet de vervulling daarvan in Jezus had gevonden, en niet had opgemerkt wat door de profeten was geopenbaard. Bovendien is het ongerijmd dat de Heere Jezus, nu in 't verborgen met Nicodemus sprekende, een pluralis maiestatis zon gebruiken, terwijl Hij in al

Dooper.

voorafging,

hij

wist

dat

als

dit

Zijne redenen die wij over hebben, in

blikken altijd

in

woorden

gedaan, 't

in

Zijne bergrede,

enkelvoud spreekt,

ja,

al

waar

waar

Zijne verklaringen in plechtige oogenHij

Hij

de wet van Zijn koninkrijk geeft,

zelfs

10 a 20 pronomina en werk-

bezigt tegenover Nicodemus, in het enkelvoud.

Wij hebben dus de onhoudbaarheid aangetoond van het gevoelen der sub

1

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 495

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's