Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 557
college-dictaat van een der studenten
§ nieuw
Hij bracht als
dat
10.
in
De
3.
mortuis ante parousiam.
hierin het
volgende
81
:
kwamen
dat vagevuur alleen de gedoopten
;
er
niet
alle
gedoopten
heen
liet
meer
het kreeg dus
een concrete begrenzing, het werd een bepaald terrein en dat
meer, wijl
te
hij
gaan, maar alleen diegenen onder hen, die
getoond hadden door hunne goede werken, dat de zaak der zaligheid hun
ter
harte ging, hun ernst was. het
20.
denkbeeld
der suffragia
hunne worstelingen om
d.
i.
het ondersteunen der afgestorvenen in
satisfactie en loutering
door de achtergeblevenen op
aarde, die voor hen baden, offerden enz.
Alzoo wordt nu het vagevuur een bepaalde plek, waarin bepaalde menschen hooren,
die
hun worstelen en
bij
straf
dragen den steun ondervinden van de
kerk op aarde.
Het vagevuur
is
dus een deel der kerk.
om voor den
Dit nu leidde er toe
nemen en
te vijf
tusschenstaat een meer locaal begrip aan
de voorstelling der kerk
in
te
in
dragen en wel alzoo, dat men
receptacula stelde
receptaculum malorum
a.
de yéevvx
b.
de
c.
het vagevuur
„
de eerste twee
in
als
7rxpó(.^sta-:i;
een limbus
d.
receptaculum sanctorum
als
(d.
nondum sanctorum
fidelium
„
dit
;
tusschen
een smalle strook, waarin de zielen gaan der vroeg ge-
i.
storven, ongedoopte kinderen (limbus innocentium sive Infantium)
een limbus, waarin de geloovigen van het
e.
deze limbi
Toen nu de
zijn
leer
Oude Verbond
zijn
(limbus patrum);
aan de beide kanten van het vagevuur.
van het vagevuur zoo ver ontwikkeld was, kreeg
een geheel anderen kant dan waarvan men het zou verwachten,
zij
n.1.
steun van
door de
leer
van een der zeven sacramenten en wel van het sacrament der poenitentia.
Om
dit
duidelijk te
maken en ingang
te
doen vinden,
kwam
de Roomsche
kerk tot de onderscheiding tusschen de satisfactie van Christus en die der geloovigen. Christus, zoo leerde ze, had voor onze
zonden voldaan doch
niet
vooral
onze zonden en niet voor heel het karakter der zonde, wel voor het eeuwige, doch voor
niet
het
tijdelijke
karakter der zonde.
Vandaar, dat er door de biecht
geschiedde tweeërlei absolutie 10.
eene absolutie voor het eeuwig karakter der zonde, zoodat
eeuwig verloren gaat
God nog 20.
;
men
niet
voor
maar, wijl daardoor de stoornis in onze verhouding tot
niet is hersteld,
daarom
eene absolutie voor het
tijdelijk
karakter der zonde door het opleggen van
zekere werken als missen, aalmoezen, kranken bezoeken enz. Dit begrip, deze theorie
V
kwam
op een zeer natuurlijke en begrijpelijke wijze 34
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's