Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 234
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
2l6
Nu
staat
mist.
het
rij
de hylische
In
lijn
hetgeen eiken samenhang met het andere
laagst
staat dus de plant,
in
de pneumatische
alleen zijn
eigen karakter bezit, maar
het andere heeft, lager staat
dan wat die adaptatie wel
dat
wat
dan vat men ook, waarom de mensch
En komen onzen
in
de orde van het leven hooger
wij nu, na deze expositie
God, dan vinden wij
Hem
in
van gedachten, ten
hylische
de
Heere
en
hylische
niet
uit
relatief,
gelijk
bij
slotte
op den Heere
eenerzijds het absoluut pneumatische, en
anderzijds de absolute adaptatie aan het hylische.
zijne
de engel
dan de engel.
staat
het
lijn
de Schrift de engel beneden den mensch gesteld
in
men eenmaal,
Verstaat
geene adaptatie aan heeft,
het
Vandaar, dat
laagst.
wordt.
elke
in
Bij
Hem
is
de adaptatie aan
den mensch, maar absoluut, omdat
God
leven door zijne scheppende kracht heel de pneumatische
zijn
wereld doet voortkomen, er het leven verder
alomtegenwoordige
kracht
in
het
zoowel
een
in
als in
draagt, en door het ander volko-
menlijk indringt.
[Als
men
gradatiën
die
de hoogste
potentieel
zóo neemt, ziet men, dat de ^'w/7 den hoogsten vorm bereikt
gradatie,
in
den mensch
heeft, ni. in
de
schepping.
Onder den mensch vinden
hem verwant hem verwant
wij eene bifurcatie.
Eenerzijds een wezen, dat aan
is
naar zijne pneumatische natuur, en anderzijds een wezen, dat
is
naar zijne hylische natuur
:
engel en dier. En op den ondersten
trap van de ladder de plant als het louter hylische.
De
scala
In
God den Heere
om
is
adaptatie
derhalve deze te
is de ^'oü/7 absoluut pneumatisch, met de absolute macht hebben zoowel met het pneumatische als met het hylische
leven, dat Hij schept.
Onder God de mensch, die naar Gods beeld geschapen is. Dat beeld komt 10. uit die mensch is pneumatisch en bezit dus zielsleven 2P. die mensch bezit relatieve adaptatie voor het morphologische leven der Z/.r,. Onder den mensch twee creaturen, die elk naar éene zijde in verband met hem staan, namelijk de engel, met enkel pneumatisch, en het dier, met enkel somatisch leven. hierin
:
;
:
Het laagst van alle de plant, zonder pneumatisch of psychisch leven, en zonder adaptatie, louter hylisch. De adaptatie van het dier voor het psychische leven bestaat niet hierin, dat Men kan er omgang met het dier mogelijk is van de zijde der menschen. wel veel van een beest houden, maar niet er mee omgaan. De dieren toch hebben geen eigen karakter, omdat zij geen eigen wortel hebben, maar alleen eene adaptatie voor het psychische leven in den mensch, hetgeen dan ook alleen uitkomt
bij
hoog ontwikkelde
dieren.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's