Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 113
college-dictaat van een der studenten
§
De exsistentia
3.
95
Dei.
wikkelde volksmassa, maar wordt afgelegd, zoodra men komt,
Rome
in
men
tenzij
ten
;
klassen,
reformatie
en
:
Griekenland
in
en dat niet alleen
eveneens
men
Indië vindt
van Socrates
tijde
beschaafde
in
hooger ontwikkeling
tot
ze in stand houdt ter wille van de massa. In den keizerstijd
China en Japan
in
het minder,
zoo ook ten onzent
;
onze dagen, maar ook ten
in
men
ziet
;
maar daar draagt de
in
de der
tijde
zulks bevestigd. Alleen
religie
ook een
philo-
te
De traditie der volken is ontstaan uit een gevoel van beneomdat men zich de dingen verkeerd voorstelde en nu geen weg wist
sophisch karakter. penheid,
met de
verschillende natuurverschijnselen en beangst werd door den tegenZoodra echter het bewustzijn helderder wordt, verdwijnt dit vanzelf en
spoed.
komt de philosophie
Men
3.
de plaats van de
in
dus,
ziet
Maar aangenomen ook die
men ook met
dat
kunnen concludeeren, dat dat
zekere
er
Maar om tot
Dit
4.
God
geloof
te
anderen, mij
bij
in
den mensch gevonden worden.
God
onmogelijk, daar
ik
die zich alzoo voor-
niets iets gelijksoortigs vond,
en duidelijker bij
;
alle
van het
strijd
daarentegen datzelfde verschijnsel terug
ik
met wie
liefheb en
dan zou die
wezen en had
gansche wereld den
alleen tegenover de
Maar vind
voeren.
sterker
is
mij een onverklaard verschijnsel voor mij
ware geheel ik
conclusie volgen,
daarom wel kracht en beteekenis, maar in een ander in mij gewaarwerd den sensus divinitatis, maar,
omgeving, maar
naaste
in
daaruit nog niet
ik
namelijk
ik
menschen sprekende,
die
zou
maken van de menschelijke natuur,
heeft
divinitatis
als het
ik
dan
Wel zou de
bestaat.
een wezen, dat buiten die natuur bestaat.
als
bewijs
met andere sensus
God
er een
de meer ontwikkelde volksklassen
bij
waarnemen,
gewaarwordingen
religeuse
Wanneer
opzicht.
kon
bewijs niets hoegenaamd vordert.
daaruit te besluiten tot het bestaan van
nooit den sprong kan doet,
dat ik ook
al,
verschijnselen
religieuse
religie." dit
ik
omga, dan wordt de sensus
hoor
en
dat er niet alleen in mijne
dan,
ik
bij
divinitatis
volken eene zekere religieuse
culte,
is,
dan
is
de conclusie gewettigd, dat ook bij hen die culte uit eenzelfden sensus divinitatis
opgekomen, dat die sensus dus
is
het
tot
tegen den
TriTTic
anders
dan
twijfel, die
iemand,
dianoëtisch dwing, B.
het
en al
1.
niet iets speciaals
wezen der menschelijke natuur. Door die
om
mocht
niet
oprijzen.
gelooft,
mij toe te
de
dit
Maar zaak
is
van
mij,
bewijs versterk dat
is
maar behoort dus mijne
ik
natuurlijk
gansch
zóo voorleggen, dat
stemmen, dat God
ik
iets
hem
is.
Een andere vorm van het historisch bewijs redeneert aldus:
ik zie in
menschelijk geslacht niet een aggregaat van atomen, maar natiën, volken geslachten,
die
onder elkander woelen en worstelen,
die wrijving en botsing heen een zekere
van dat menschelijk geslacht. Het
is
niet
gang
en loop
terwijl er toch is
door
inde ontwikkeling
een eindeloos Einerlei, maar een /7roc^s,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's