Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 608
college-dictaat van een der studenten
!;
Locus DE Christo (Pars Prima).
60
wij
Smarte
Woord
vleeschgeworden
het
den
;
zonden
de rxTnlvsifnq en
;
den man, die beladen
"iny,
verlossing aanbrengt
is
den
;
Man van
met onze zonden en die voor die
maar tevens den man,
;
yJvj'^mq
die daardoor de zalving
ontvangt en met een gouden kroon gekroond wordt.
Men
er voorts op, dat in Hebr.
lette
4
:
8 en Hand. 7
45 met Jezus niet
;
de Zoon van God, maar Jozua bedoeld wordt.
De naam
C.
YJjpioc
h
:
Is
}k(jpioq
waar
daarvan
is
Overal waar
dus hetzelfde.
de Acta en onder de eerste Christenen voor
in
deze naam nu gesproten
die zeggen,
zijn er n.1.
gelezen
q.
de gewone naam
is
onzen Heiland. Er
a
p
Y^^j
den naam Jehova
uit
of niet?
—
het O. T. Jehova staat, wordt altijd „Adonai"
in
de Grieksche
vertaling
O. T, dus sprake
in het
is
YJjpioq
;
en Jehova
is
van Jehova wordt de
naam Heere eigenlijk Jehova zeggen. Luyken en de Hernhutters met hun theosophische denkbeelden noemden en zongen van Jezus als „Jehova". In de Statenvertaling Immanuel bedoeld en Vooral
het N. T. wil de
in
Mystieken
de
als
het onderscheid duidelijk
is
kapitale
en
letters
;
de vertaling „Heere" voor Jehova staat
altijd
met
dus zichtbaar onderscheiden van de vertaling „Heere"
is
voor Adonai.
Deze meening nu sprake van gesteld
6
:
onwaar, zooals
is
en
v-Lpicq ytupiu^v
blijkt uit
Tim. 6
I
:
15; daar toch
de vertaling Jehova der Jehova's zou geen zin opleveren. Evenzoo
;
9 „want
hebt ook
gij
uw Heer
in
is
en worden deze beide gelijk
fixa-ikziq Pxa-tXiubvr'M,
den hemel"; hier kan
y.ipioq niet
Ef.
betee-
uwe knechten wees dus goed tegenover uwen Jehova in den hemel", maar moet y.ópioq gelijk zijn aan Jcttót/^u-. Zie verder Rom. 14 8, waar 't woord in den genetivus possessivus staat dus wij behooren als eigendom Hem, onzen meester, toe Rom. 10 12, waar men onmogelijk vertalen kan „want één is Jehova van kenen
„gij
:
kleine Jehova's over
zijt
want
hen,
;
hebt ook
gij
:
;
:
allen";
I
de
In
:
Cor. 8
:
5,
Evangeliën
Oorspronkelijk
gaf
van
drukking
6;
II
Cor. 13
vinden wij
13; Matth. 10
:
dit,
gelijk
^iTTrÓTYiq,
b.v. Luc.
vinden wij het gebruikt door den stokbewaarder en
Na
Silas.
de opstanding
Heer en mijn God, dan possessionis
Nemen den
is
is
13
ik
:
15;
te Philippi
het vooral gewisseld
het omgezet van een
Mijn Heer, wien
:
maar was
het niet den bezitter te kennen,
eerbied,
24, 25.
:
dat K-Jptoq allengs omloopt in beteekenis.
;
nomen
als
in
alleen een uit-
dienzelfden zin
tegenover Paulus
Thomas
zegt
:
Mijn
nomen mijn God
dignitatis in een
toebehoor en daarom aanbid
als
deze drie namen nu samen, dan krijgen wij deze conclusie
wij
naam Jezus
Christus
vinden
wij
de groote
tegenstelling
:
In
tusschen den
mensch op het diepst gezonken en den mensch op het hoogst gekroond. Jezus
—
Christus
boven
de ~-=z^
man van smarten. de naam boven
naam,
en
de glorie die
alle glorie te
had kunnen worden
Xc'-ttóc en nu
moet Christus
allen
gaat.
De mensch
in
het Paradijs
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's