Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 283
college-dictaat van een der studenten
§ naar
265
Dei.
beeld en naar zijne gelijkenis, dezelfde uitdrukking als gebezigd werd
zijn
Gen.
in
De nominibus
6.
1
:
Daarin hebben wij dus reeds eene uitspraak en erkentenis
26.
in
de Schrift, dat de schepping naar Gods beeld het Vaderschap en het zoodanig
Waar het bewustzijn daarvan zoek door de ontreddering, welke de zonde teweegbrengt, daar moet het in
geschapen worden het kindschap uitdrukt. raakt
Nieuwe Testament weer
het
komen
ruste
tot
dat beeld van God. In de
in
trekken van dat beeld alleen kan het zegel gezien worden van het kindschap, dat waarachtig
is.
Adam, als geschapen naar het beeld van God, wordt dan in de Schrift ook Gods zoon geheeten, cf. Luk. 3 38, waar de genealogie afloopt met Adam, den zoon van God. Ook hieruit blijkt, dat het kindschap Gods in de Heilige Schrift niet, in anabaptistischen zin, iets nieuws is, dat in de schepping nieuw intreedt. Dat gebeurt nimmer. Neen, de herschepping brengt terug wat in de schepping verscholen lag, maar zij brengt het terug in intensiever zin. Ten slotte moet ik aan deze bespreking van het Vaderschap Gods nog iets :
toevoegen,
welbezien,
dat,
om
dat ik hier toch vermeld, zien.
De gedachte daarvoor
yoyxTx
Wat God
is.
typisch in
eene
Matth. 23
in
:
3
in Efez.
ligt
:
zijne strekking te
al
14 en 15: roiroit yj^piv
Tacrx Trxrpca. Iv olpxvo^q kxI ztI
oii
uitspraak,
en ectypisch
de paragraaf „de Trinitate", maar
bij
het gansche begrip in
rou Tr^npx, ê§
yLzu Trpsc
hebben wij
Hier
belang
thuishoort
die
yr^t;
door-
KCKfj.7rr(j>
tx
óuoju,x^eTxi
voor het Vaderschap Gods van groot
9 geïndiceerd werd, dat det Vaderschap arche-
in
den mensch was, wordt hier op het duidelijkst
gedefinieerd. In de vertaling moest eigenlijk niet staan „geslacht", maar: „Uit
wien
alle
vaderschap
Dat „geslacht"
is".
is
wel goed bedoeld, maar toch zeer
ongelukkig gekozen, want nu gaat de concrete en praegnante beteekenis van Txrpix
terugslag
in
op
ttxt/jp
vertaald ter wille van het alsof de engelen
de een
engelen ook sexen.
Maar
h
uit
ten eenenmale verloren.
o-jpx^zr^;
dat volgt,
om
den ander geboren waren,
iv oLpxvoiq
als
deze:
alle
Wanneer in
de
vaderschap
waren
te snijden,
onder de
er
De hoofdzaak evenwel
rechtstreeks afgeleid uit het 7rxTr,p-z\\n van
wij daarin nu verder doordringen, dan
moeten
wij het
God.
Vaderschap
paragraaf van de Triniteit terugtrekken op den Eersten Persoon
Goddelijke Wezen, sten zin
is
heeft „geslacht"
kan evengoed slaan op de reeds ontslapen
uitverkorenen, die nu als gezaligden in den hemel leven. is
Men
de voorstelling af
in
het
waarop wij vanzelf terugkomen. Trxrpix is in zijn diephet zichzelf kunnen obiectiveeren, de Selbstobiectivirung. Wanneer b ttxt/jp iets,
at
een
nisq cjLcosóa-io<:
obiectiveering
Vader. soluut.
tegenover Zich
van
Zichzelf
krijgt,
heeft er plaats eene overstorting, eene
voor Zichzelf.
Want de Zoon
Eerst als dit laatste kan gezegd worden,
Zoolang
er iets
is
in
den Vader, dat
is
is
gelijk
aan den
de Selbstobiectivirung ab-
niet is in
den Zoon,
is
de Selbst-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's