Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 537

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 537

college-dictaat van een der studenten

2 minuten leestijd

Hfdst.

Het Bewijs voor de

II.

mcieten

eer

wij,

wij

opvat, dan maakt dit geen indruk quaestie indringen, duidelijk maken dat

„Woord"

Heilige Schrift komt, en zoo het

daarom

103

Heilige Drieëen heid uit de Openbaring.

die

in

„Woord" Gods nooit mag opgevat als een „flatus vocis". wel „woord" maar ook „zaak", Het woord n?^ beteekent in 't Hebreeuwsch omdat bij ons de uitdrukking en daarom moeten wij er dit laatste bijvoegen, wij moeten, als wij tot het Oude Testament zoozeer verzwakt is

het

„woord"

;

komen, geen

maar de

verzwakte beteekenis nemen,

ware beteekenis

volle,

woorden nagaan.

der

het

Uit

feit

dat daarin, in dat

De

dat in

dus,

woord

volle beteekenis

Hebreeuwsch

't

de

zelf,

in"i

(de „zaak") gebruikt

is, blijkt,

realiteit inzit.

van „woord"

is

dus

:

de uiting der twee vermogens

in

van

en

den

w/7. mensch, en dies ook van de twee krachten in God, nl. in als recht, bij ons tot zijn Alleen dan komt de uitdrukking „woord" ook ons woord ook de uitdrukking van onzen wil ligt. openbaart zich zijn denken en Als een officier zijne troepen commandeert,

willen Bij

;

zijn versfa/zd

wet openbaart zich tevens het willen van de Overheid. gebroken door de zonde, maar bij is de beteekenis van het woord zijn wilsHeere is in de uiting der gedachte tevens de uiting van

in elke

'ons

God den vermogen.

Toch meene men

niet.

dat

het

feit

waarvoor we

hier staan,

nl.

dat 137,

Westersche talen vreemd woord, met „zaak" zoo nauw samenhangt, aan onze dat nu in verband met we zetten en zou zijn. Wij kennen het woord „ding", woord is bij ons in Dat dingen? het werkwoord „dingen", wat beteekent dan gestelde voorwaarden iets afdingen, in den zin van „afdingen"; op de gebruik

dat geschiedt door spreken, niet door handelen. Middel-Nederlandsch, dan weten we, dat Zijn we eenigszins bekend met het

daar

oorspronkelijk

beteekende „verba facere

„dingen"

in

iudicio,

voor

dingen

bij

Uit dat gebruik

den rechter"; daarvandaan komt dan ook het oude het pleiten nu van „dingen" voor „pleiten" is het „afdingen", „dingtale".

als

advocaat

eigen belang afkomstig.

zijn

Het Hollandsche woord „ding" hangt dus

in

de Westersche talen etymolo-

gisch samen met een woord dat „spreken" beteekent. ook „zaak". Ja, meer nog: ini beteekent

Nu komt „zaak" als

het

Duitsch

„zaak"

béide

handelen,

ook

„Sache"

Duitsche

„sagen"

zelf

;

derhalve

etymologisch

van een woord dat „spreken" beteekent, even van den stam dien we in „zeggen" hebben, in 't af

is

het

opmerkelijk,

dat

de

woorden

samenhangen met een wortel,

maar op het spreken

ziet.

Het gebruik

van

die

„zaak"

„ding" en

niet

op het

en

„ding"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 537

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's