Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 155

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 155

college-dictaat van een der studenten

1 minuut leestijd

§

De essentia

2.

Die verhouding nu wordt uitgedrukt bepaaldheid.

Iets,

dat

door

iets

in

Dei.

137

de begrippen van afhankeliji<heid en

anders bepaald wordt,

is niet absoluut, d. i. absolutus ab omni relatione, ab omni determinatione, ab omni definitone, want die drie onderstellen eene macht buiten ons, die de verhoudingen

vaststelt,

waarom

het

absolute

recusat

omnem

relationem,

determinationem, definitio-

Men kan dus, gelijk de Theïsten tamelijk algemeen doen, zeggen, dat het absolute van God hierin bestaat: Omnia determinans Deus a n'emine determinatur. Brengen we dit gezegde nu over (om niet te zeggen in den Fichtiaanschen nem.

vorm)

den ik-vorm, dan zeggen de

in

het ik in mij

is

twee

ikken

Woord

Hierbij zal

dan

ligt

zijn

maar hoe

:

is

andere

van

is

terug.

Hier

alleen

eigenschappen ? Neen, determinatie,

bij

de positieve.

dit

de

ze

strekken

Bij

negatieve

men

Zijn de

:

om

van

wat

ik,

God

„Goed,

:

God

later zal

eigenschappen Gods

God

in

af te

eigenschappen

God

zijn juist

weren

voelt

al

men

wat zulks

onmetelijk, onbeschrijflijk, oneindig etc, niet zoo ter-

Gods

niet verder

op ingaan, maar alleen

datzelfde karakter hebben. Zoodat de

bedenking, als zouden de eigenschappen het wezen ; iets,

maareen

zeggen

zal

eigenschappen

Nu, wij zullen er hier

uitspreken, dat alle eigenschappen

valt

/s

maar

wezens determineert.

bij

:£/-

Wezen, dat omnia determinans is, maar zelf indeterminatus, het dan met Gods eigenschappen ?" Daarop kom ik in eene

onmiddelijk, als bijv,

stond

pantheïsten

Ik ben ik tegenover het Ik van God, en die

gereformeerden, die naar Gods éen absoluut Ik, namelijk het Ik in God, en het ik relatief, afhankelijk en bepaald.

Er

paragraaf

determineerende afwijzingen

Pelagianen:

de bedenking voor de hand, dat het

staat

afzonderlijke

de

van gelijke soort; en de

zijn

spreken

den mensch

in

;

Gods wèl determineeren, ver-

worden aangetoond.

II. Van het wezen Gods nu spreken wij uit, dat Hij is eenig en eeuwig. Over het begrip „eeuwig" handelen wij later bij de eigenschappen breedvoerig, maar toch moeten wij er in verband met het dogma van het wezen

Gods

reeds hier iets van zeggen.

In

wat

wij hierboven zeiden, dat

we

nl. te

onder-

scheiden

hebben tusschen tweeërlei wezenheid, nl. den absoluten grond van alle wezenheid en de relatieve wezenheden,-ligt reeds vanzelf opgesloten, dat alle relatieve wezen een aanvang heeft, namelijk daar, waar het het wezen ontving van het absolute Wezen, maar juist dientengevolge dat absolute Wezen wel aanvang geeft aan andere wezenheden, maar geen aanvang heeft of hebben kan, overmits een aanvang altoos ontvangen wordt en dus een passief zelf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's

Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 155

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910

Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's