Dictaten dogmatiek. Locus de Sacra Scriptura, Creatione, Creaturis - pagina 507
college-dictaat van een der studenten
§
Ook
zoo heel sterk
niet
juist
mier
b.v.
men nu wat dan
Vraagt andere
onderscheiden
ook wel
Nu
ook
eigenlijk niet
zóo vertaald
is,
met het
komt
bij
is,
waardoor deze dieren van de
die
De
visschen en vogelen
geen bepaalde generatie.
er
is
Is
den vogel
bij
blijven.
dat de walvisschen toch zoogdieren zijn en
en dat
;
is
ook zoo
doch
;
pn
heeft
walvisch noemen, te maken.
dier, dat wij
alleen daarvandaan, dat
men
dan
Dat het
de Staten-overzetting
tijdens
Maar
geen ander groot dier kende dan den walvisch.
eigenlijk
God
heeft.
moeder om bestaan en uitkomen. dan kan dat ook zonder moeder
leggen maar hun jong baren
ei
zeggen
maar
men wel opgemerkt,
heeft
mensch worden
eigen psychisch leven.
zijn
dat de generatie.
is
voort,
eenmaal naar buiten,
ei
geen
dan
buiten de
ons nu
volgens de Schrift, wezens, door wie
iets te
het eigenaardige
zijn,
organisch
Hun embryo kan
vorming van
tot
zijn,
ons voor ons psychisch leven
worm
een voorvader toespreekt.
als
voorbeelden
als
De klokhen en de
het
91
verdient het de aandacht, dat de dieren gedurig aan den
voorgehouden
telen
Creatio.
op de gelijkenis aankomt, een
gedierte, en als het nu
kruipend toch
Het begrip der
5.
de landen
in
waar de Heilige Schrift ontstaan is, zijn zelfs eenvoudig geen walvisschen. Ze hooren in een toen nog geheel onbekende wereldstreek thuis. Bij pi)n moet
men dus
aan walvisschen denken maar aan monsters.
niet
Door de generatie en
het aan het licht
komen van
het psychisch leven
is
dus het gebeurde op den zesden dag van dat op den vijfden onderscheiden.
we 't nu eens zoo mogen Doch bij hem komt daar nu iets decide andere wezens tot de sfeer der aarde beperkt
En daar komt dan de mensch zeggen, zoogdier
deerends
en een
Terwijl
bij.
al
die ook, als
bij,
heeft.
ziel
mensch niet uit de aarde voort, maar neemt God zelf het der aarde, en vormt hem nu uit den hemel naar het beeld Gods. Zoo komt
blijven,
stof
zich
sluit
hier
weer
Ten
de
hier
de keten der aardsche dingen aan het hemelsche leven daar-
Hemel en aarde
boven aan.
in
is
tot elkaar terug.
slotte
voeding,
dient
hier
uit
Wat
keeren, na eerst uiteen te zijn gegaan,
1
God was keert nu tot God weder. worden gewezen op het principieele verschil 20 en 30 blijkt: „EnGodzeide: Ziet, Ik heb ulieden
nog
gelijk dat uit vs.
vers uit
te
al
het zaadzaaiende kruid gegeven, dat op de gansche aarde
in
hetwelk zaadzaaiende boomvrucht
gedierte
der
aarde,
en aan
al
is
;
het
wordt
tot tot
spijze gegeven." Opmerkelijk spijze
n^n-^D|?.
carnivoor geschapen.
!
en
Ook de
is
hier,
ziel
is,
heb
geboomte,
alle
Maar aan
het gevogelte des hemels, en aan
pende gedierte op de aarde, waarin een levende kruid
is,
u tot spijze
zij
Ik al
al
al
het
het krui-
het groene
dat het groene kruid gegeven
wilde dieren
zijn
En dat wordt bevestigd door
dus oorspronkelijk niet
het
feit,
dat ze tot
Adam
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 776 Pagina's