Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 61
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
;
§ eeuwig,
eene eeuwige
is
dan wordt
relatie tussciien
den eerst bekenden
naast
onze vaderen
bij
oboedientia
de
;
God
en Zijn schepsel
;
ontken
ik dit,
God
Daarom legden
optreden).
liet
den Christus ook zooveel nadruk op de oboedientia activa Beide toonen
naast de oboedientia passiva.
verbond
39
Gratiae.
Antinomiaan of ben vatbaar voor het Gnosticisme (dat ook een
ik
God
anderen
De Poedere
3,
zij
van het werk-
het volbrengen
passiva voldoet ook aan het werkverbond, maar
in
den vorm van boete voor de ontbrekende gerechtigheid; de oboedientia activa Maar eerst loochende men de oboeis het voldoen der schuldige werken zelf. activa en toen moest
dientia
men
zei
tigheid te
mag geen
er
:
Gods
zegt
:
sprake van
heeft voldaan
men
dat
verklaren,
God bedacht
dat
En
majesteit weg.
men ook wel loochenen de
wij
:
dat Christus aan de strafeischende gerech-
Hoe is het omdat men Zoo gaat Gods
zoo was het werkverbond geheel weg.
;
dit
zijn
oboedientia passiva
werkverbond passagere
maar eens zoo
Hij
;
zeggen daarom:
stelt?
nam eens
het foedus
Alleen
een proef.
operum
niet accidenteel,
is
omdat God een wezen naast zich schiep een wezen, dat zijn oorsprong in God had, waardoor genetisch een verband tusschen dat eeuwige en het geschapen wezen bestond. Was dat geschapen wezen nu een steen, dan was er alleen afhankelijkheid, maar nauw is er een engel of een mensch met maar moest
er zijn,
;
een ethisch leven, of dat verbond tusschen
en schepsel moest ook dragen
God
een zedelijk karakter; en dat karakter moest natuurlijk
God
bepalen, Hij doet
dat als souverein, naar zijn welbehagen.
De relatie, die God bepaalt, houdt tweeërlei in 1^ dat schepel moet alles van God hebben, 2e dat schepsel moet alles alleen voor God doen. In 1 ligt 2 volgt uit het feit, dat de mensch product en alle zaligheid des menschen :
;
God schepper was. Kon dit ooit van Gods zijde veranderen? Neen nooit, want God kan niet ophouden God te zijn. Kon de mensch het dan veranderen? Neen,
hij
geweest
moest gehoorzamen.
zijn ?
Neen, zoolang
hij
Kon
hij
Staan nu de zaligheid des
;
tot
zoolang
billijkte, ja
menschen en het
Gods dispositie. eere Gods los naast elkaar? Neen, het zijn de medaille. Volkomen volbrengen van de wet Gods
hij
eigenlijk anders
denken het moest
niet gevallen is
keerzijden (2)
alles
loofde
doen
ter
van éénzelfde
doet den mensch alle
zaligheid (1) toevloeien.
Het
werkverbond
is
zoo
een eeuwige ordinantie, die onveranderlijk
is,
en
wezens geschapen zijn. Dit gegrond is op het feit werkverbond kan wel op verschillende wijzen geopenbaard, maar in zijn innerlijk bestand niet veranderd Nu komt het genadeverbond. Is dat iets anders dan het zelf, dat wij als zedelijke
werkverbond ? ditie
blijft:
anderen
niet. De twee genoemde punten blijven ook de coneenen kant een schenken van de beatitudo en aan den een volbrengen van de wet Gods. Dit moest ook wel wegens
In zijn
van
kant
den
grond
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's