Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 694
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars tertia). coëxistentieel bestaan, aftrekken, en daarentegen er bijvoegen,
volg
is
van de existentia primordialis
Mits onder
et
wat ge-
univoca van het Eeuwige Wezen.
beding, leidt deze cognitie per viam analogiae, niet tot
dit
denkbeeldige, maar tot voor ons reëele kennis, overmits loochening van het reëele karakter dezer kennisse, onze schepping naar den beelde
Gods
zelve onreëel zou maken, en alzoo vernietigen.
Subsidiar komt hier nog
tweede beding, dat
het
bij
we
bij
al
zulk
analogice spreken over het vermogen, het besluiten en het werken Gods,
rekening zullen houden èn met de bepaalde gesteldheid, die voor het
vermogen, het besluiten en het werken van den mensch, het gevolg van het
hetwelk, blijkens de Openbaring der Schrift, verschilt van het
aarde,
duurzaam karakter, dat met de
wijziging,
zijn
eeuwig bestaan
waarin zich
vertoont
dit
eindelijk
werken teweeg
met de eigenaardige gesteld-
vermogen, besluiten en werken van den mensch
het kind van God, in hetwelk,
in
evenzoo
zal dragen, en
die in zijn vermogen, besluiten en
werd gebracht door de zonde, en heid,
is
karakter van zijn voorbijgaand bestaan op deze
voorloopig
dank
zij
de Palingenesie,
potentieel eene verhoogde bestaanswijze valt te constateeren, vergeleken
met de bestaanswijze, die de mensch
maar
in
den staat der rechtheid bezat,
wien actueel de nawerking van de gebrokenheid door de zonde verhoogde bestaanswijze henenstrengelt.
bij
zich door de ontluiking van deze
Deze 3 laatstgenoemde factoren raken
intusschen niet het formeele
karakter van zijn vermogen, besluiten en werken, maar alleen de acci-
denteele wijze waarop deze 3 zich vertoonen.
Wat nu
betreft
intelligendi
deld,
weshalve
dit
vermogen,
tweeërlei
het
volendi,
et
zoo
is
hierover
in
te
weten de
Hoofdstuk
f
ac ui tas
IV
stuk hier slechts als resumptie voorkomt.
gehan-
Naar de
grondonderscheiding, waarmede vooralle bewuste wezens ons bewustzijn
onderscheiden te
wenden,
ook
van onszelf,
en
in
mensch
den
bij
de analogie die wij hier hebben aan
in
zijn
en het bewustzijn,
de anorganische wereld geheel
de organische schepping beneden den mensch alleen
de hoogere diersoorten
alleen
ligt
Het bewustzijn, dat
God.
in
ontbreekt bij
is
de onderscheiding tusschen het
in
in
in
praeformatieven vorm voorkomt, wordt
vrije
gesteldheid aangetroffen,
is
voor den
mensch, ook
al
sluimert het, hetzij nog potentieel, hetzij accidenteel in
den slaap of
in
krankheid, met
waardoor
zijn
zijn
leven zelf gegeven, en juist datgene,
menschelijk leven boven dat der overige creaturen uitgaat.
Dit noodzaakt ons, ons zelfbewustzijn, als integreerend deel van het
beeld
Gods
in
ons
te
cercn en
uit
dien hoofde staat de ontkenning van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's