Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 354
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Magistratu.
326
niet
op „dienaresse" maar op het woord „Gods" en onderdanen voortvloeit.
dan daaruit de ver-
lioe
plichting voor de
Daarin, dat de Overheid dienaresse
onderdaan, maar wel voor de Overheid
aan hem,
wiens dienst
in
is,
We
deerd,
maar met
hebben
onschuldige
was haar
dat
doen
om
Overheid
de
volk,
onderdaan.
Dit begrip
is
volwassen menschen,
of
er in
deze eeuw uitgehaald.
van den onderdaan
plicht
Als
vernietigen.
te
tot
gehoorzaamheid aan
God eene macht
is
de onderdaan
IV.
is
aanstelt over een
het volk onderdaan en evenals een vader een gouverneur over
kinderen aanstelt en de kinderen dien moeten gehoorzaam
Er
In het
de Overheid gefun-
tot
de uitdrukking sujets daardoor verving, want het
zij
den
feitelijk
God aan den
de Fransche Revolutie van citoyens, het was geen
sprak
zaak,
te
nu de Overheid
Is
de macht, die
doen met burgers
hierbij niet te
begrip
het
om
de verhouding van den onderdaan
ligt
onopzettelijk
Niet
wil en
de onderdaan aan hem gehoorzamen.
gouverneur heeft geschonken,
Woord Gods
Een dienaar moet gehoorzamen
zelf.
dus een koning aan God.
om Gods
dan moet
Gods,
dienaresse
hij
kan geen verplichting liggen voor den
is,
tot
gehoorzaamheid
evenzeer
vloeit
komen niet tegenover elkander te komen ze uit elkander voort. Hoe kan nu uit de subditio de vraag kan eenvoudig
is
ook
zijn subditi.
van eenen anderen kant
libertas populi.
de
evenzoo
verplicht.
dus bepaalde subditio en er
Toch
zijn,
zijn
De
staan,
libertas
uit
het begrip van dienaresse
subditio
Gods
en de libertas populi beide
maar naar de formule dienaresse Gods voortkomen ? Het antwoord op deze
zijn.
Wanneer de groote leven
is
circel
de middelste
en
de kring van het menschelijk cirkel
de kring, waarin de
subditio aan de Overheid bestaat, dan
blijft
er natuurlijk
nog een ruimte over voor andere kringen, en
dit is
dan
de libertas der kringen. Er
is
geheele
geen absolute subditio, die zich over het
hier,
levensterrein
van den mensch
uitstrekt,
maar
een beperkte subditio over een bepaald gedeelte van het Daaruit volgt eo ipso, dat er op
levensterrein.
dit
geheele levensterrein, waar
libertas, alsof men niet God zou onderworpen zijn, want de subditio aan God geldt op het geheele terrein. De subditio aan de Overheid bestaat in dat beperkt terrein, waaruit
de
subditio
niet
werkt,
libertas
is,
maar nooit een
aan
volgt,
dat
rechtstreeks er
weer
er
libertas
bestaat
op
het
overblijvend
zonder het medium der Overheid onder
in dat
terrein,
God
waar de mensch
staat.
Nu
bestaan
overblijvend terrein andere kringen, b.v. het gezin, waarin de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's