Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 594
college-dictaat van een der studenten
;
Locus DE Christo (Pars Prima).
46
Men kan
dus twee dingen
wordt
geitend
zeggen
;
vooreerst dat het
semper celata
divina
essentia
;
Wezen Gods
nooit
wordt nooit revelata
est,
;
ten
tweede dat een deel van Gods wezen Icenbaar wordt, niet het geheel. Dat kenbare wordt gekend in onderscheidene reflexen. Elk van deze reflexen vormt of
ü^; en die
een
Psalmdichter
de
gelijk
kennen kunnen.
Uw
d.
Evenals
wanneer men zoo
beeld", die
beide
dat
de
z.
naam
die altoos
spiegel,
wat
Uw
staan
aan,
Naam", wat
bij
is
n.1.
lasterde
hij
is
God
hebben alleen is
:
er
de naam het
God
wij
die
Wezen
en
Maar
zelf.
De
kelen.
om
dus wel
m, om
wezen
Schema
en eveneens
de
bij
tegelijk sterke verbinding,
is
hij
Hem
van
Volgens
ontvangen.
dus de subjectieve afspiegeling
weet
of het
niet,
wezen aan
God
in
zijn
feitelijk
ons bewustzijn.
in
maar
schriftuurlijk,
is
inderdaad
een philosophische gedachte onderscheidt
Schrift
waken tegen
zeer
in
een tegenschriftuurlijk
de Kerk binnen
tusschen den
duidelijk
Dt^
te
smok-
en de .win
Gods wezen en Gods naam hetzelfde dat Gods naam kleiner dan Gods wezen en Gods wezen grooter is dan Zijn naam. Wanneer wij te
zouden is
Dit maakt, Zijn
uitdrukkelijk den
bewustzijn beantwoordt, en zoo wordt het wezen en bestaan van
geloochend en bestaat God alleen
gebruik van
dat
geen objectief bestaan van God
eigenlijk
is
maar indrukken,
ons Gottesbewustsein
lijkt
z.
het subjectivisme over boord geworpen. Schleiermacher
en de Ionische school zeggen
Dit
w.
d.
Gods wezen.
lasterde
hij
:
de Samaritanen de naam van
door die scherpe onderscheiding en
van wezen en naam,
Schleiermacher
er stond
alsof
is
„Toen
11:
:
Vandaar
mr\.
latere Hebraïci
Hierdoor,
zoo Lev. 24
hetzelfde
haschem)
(voor
:
wezen
het
correspondentie.
naam ergens wonen doet, cf. Jer. 7 12, is te komen wat van God kennelijk is. voor ons menschelijk bewustzijn de naam van God met wordt;
„Ik zie mijn
weten
te
ziet het
wezen opvangt. :
gedurige
in
van God
wij
men kan zeggen naam en de naam op
Zijn
maiy
"re
6:9: „Uw naam
9 en Micha
:
de
alles
z.
aangezicht spiegelt,
zijn
elkander
zien
14
is
w.
d.
üQ>'h'2,
van de
totaliteit
Heere Zijn
identisch
wij
T\rv
:
ook Gods wezen op
ziet
aan die plaatsen dat
zegt
Vandaar Zach.
wezen",
w.
tezamen vormen de
allen
zijn.
het denkbeeld, alsof
Wij moeten dus
altijd
hieraan vasthouden
:
dit goed onthouden zijn wij gewaarborgd tegen elke valsche philosophie. Het wezen bestaat objectief ook zonder ons noemen. Een tweede waarheid is, dat ons noemen van namen een leugenwereld schept,
gelijk
al
het conventioneele dit doet.
saamgevat worden
in
de
worsteling
schaffen en den naam, dien
een naam noemt, komt conventioneel
en
hij
Alle strijd in de Kerk en op aarde kan
om
God gegeven uit het
wezen
den door ons gegeven naam heeft, te
:
hij
naam noemen, is dit De mensch nu wil van
zooals wij een
wordt aan het wezen toegevoegd.
nature den naam, dien
poneerde, handhaven
;
af te
doen zegevieren. Zooals God
vandaar de
strijd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's