Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 563
college-dictaat van een der studenten
;
Caput
Inleiding.
I.
veranderen van een tekst, die zooals
hij
15
daar lag niet op Christus van toepassing
was en nu door hem zoo gewijzigd wordt, dat hij wel van toepassing wordt. Vraagt men nu, hoe het dan te verklaren is, dat de Septuagint ook
deze
foutieve vertaling heeft, dan
Septuagint alle jonger is,
zijn
dan dat de Christelijke
merken wij ten eerste op, dat de codices van de dan de brieven aan de Hebreen en niets natuurlijker
lezers, die
gewend waren aan
den oorspronkelijken tekst veranderd hebben
(T'-^fu-x,
meer waarschijnlijkheid
Of ook
het
is
heeft,
omdat
het y.xr-nprm., ^ct ro
— eene hypothese,
die
nog
Joodsche uitgaven verloren zijn geraakt. God Cajaphas zonder zijn weten profe-
alle
mogelijk, dat, gelijk
zoo ook de vertaling van de Septuagint, zonder te weten wat zij deed, trof, wat van achteren bleek de waarheid te zijn. In deze woorden nu van Ps. 40 7 heeft men een aanduiding van 't Vreeverbond gezocht want, zoo zegt men, hier is sprake van een verbond of afspraak tusschen den Vader en Zoon, waarin de Zoon verklaart, dat Hij komen zal om den wil des Vaders te doen. Verder beroept men zich op Ps. 2 7 en 8, waar de Zoon van deze overeenkomst iph) spreekt. teeren
liet,
:
;
:
Ook noemd
men
wijst
erkend ;
er
op,
dat de
Zoon
in
Hebr. 7
:
22 een Borg, ïryuoc ge-
wordt van het verbond. Dat ïyyüzc borg beteekent, wordt door ieder in 't Hebreeuwsch is het nny, hetgeen dezelfde gedachte uitdrukt
Jerem. 30
31, Ps.
Job 17
119,
cf.
3 enz.
Daarover loopt het verschil dus niet maar wel hierover, dat Christus een Borg kan zijn van God bij de menschen of van de menschen bij God. De tegenwoordige theologen zeggen alle, dat Christus een borg was van God bij de menschen, de oude theologen, dat Hij een borg was van de menschen bij God.
Neem bij is
ons de
:
de tegenwoordige
ik
borg
exegese aan, dan wil
voor God, dat
openbaring van de
geopenbaard, liefde
is
liefde
Hem
dat wij in
:
Hij
doen
Gods.
wat
zal,
dit
zeggen, dat Christus
Hij beloofd heeft.
In Christus is
Gods
Christus
zoo heerlijk de ruste en zekere betuiging hebben van Gods
voor ons, dat deze nooit zal
liefde
te kort schieten.
Nemen we daarentegen de -vroegere
opvatting (die wij met hand en tand moeten vasthouden), dat Christus onze Borg bij God is, dan beteekent dit dat toen onze zonden nog onverzoend lagen, God vooraf aan de geloovigen 'van het O. V. vergiffenis geschonken heeft op grond van de borgstelling, die Christus verleend had, en die Hij ter gelegener tijd voldoen zou. (Onder hen, die 't laatste gevoelen zijn toegedaan,
bestaat
opvattmg;
of
n.1.
de
borgstelling
was
e fide jusso of e
weder tweeërlei
promisso
;
m. a
of Christus als borg óf een fidejussor óf een expromissor was. Het verschil tusschen deze twee termen is:
kan
jussor wordt, dan ben eerst aangesprokene, die
heb
ik
ik
van de schuld
af.
ik
w
een borg vinden die//^e-
als hij betaalt; anders ben ik de
weer op moet komen
een borg, die een expromissor
is,
dan ben
ik er
voor goed
af,
dan
is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's