Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 144
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE MAGISTRATU.
116
komt men menten en
met eindelooze 't
onze Nederlandsche
aan monu-
er
waarin hier en daar een klein monument,
staat,
om
en gelukken zal
is
wat
alles
spaarzaam, dat er bijna niets
zonder eenige stem van menschelijke
stilte
gelukt
nooit
tusschen
zoo
bestaat
literatuur
schriftelijke
men voor eene oase
en
is
op 3000 jaren achter ons dan wordt
tot
taal,
taal.
Vandaar dat
een oorzakelijk verband
b.v.
te krijgen
van den Indogermaanschen taaistam
die
met het Maleisch en Japaneesch, Vv^ant de tusschenschakels ontVoor den grond, waaruit zij opgekomen zijn en het verband geen
afgeleid
is
breken.
enkel gegeven.
De
20
Alle
neemt ten
linguïstiek
we
voor zoover
talen,
de geheele formatie
allen tijde een verschijnsel aan, dat bevreemdt.
kennen, beginnen prachtig bv.
ze
zoo zuiver
is
't
Sanskriet
als glas, er hapert niets aan, er zijn zuivere
schoon door, maar hoe verder men gaat, vallen er brok-
regels en alles loopt
stukken van de woorden
af,
slijten
deze en
is
van
lieverlee
onder de uitspraak
de etymologische formatie, de grammatische en syntactische constructie geheel zoodat wanneer
verloopen,
vergelijken
talen
dit
we
niet te
het tegenwoordige Engelsch
herkennen
is.
Dit
is
in strijd
met de vroegere
met het standpunt
der literarische faculteit, want deze leert juist den voortgang in het mensche-
van
leven
lijk
minder naar
doorzichtiger worden.
een
dit laatste
minder,
meer
is
is,
juister,
en
't
terwijl het
v\^orden,
is
er in
Engelsch
spreken, een groote
Men
grammatica en constructie. onzuiverder
schooner en
met het Sanskriet, dan
die practisch gemakkelijk in
betreft
onklaarder
al
de talen moesten dus
weelde van klare en heldere vormen,
rijke
een Germaansche taal armoede verraadt wat al
beter,
Vergelijkt het Engelsch
ziet die taal
totdat ze ten laatste niet
een menigte afspraakteekens, bijna gelijk aan conventioneele taal
als
zonder leven.
Wanneer men buiten de Openbaring om de linguïstiek beoefent, dan stuit men in de talen op twee elkander bestrijdende verschijnselen, analogie en anomalie. Aan den eenen kant kan de analogie zich in vaste regels open30
baren,
aan
schap
te
„non
tijdlang
begrijpelijk
tegen
óf
is.
Wil de
dit verklaren,
linguïstiek
dan moet ze zeggen
liquet".
En
niet
den anderen kant doet zich anomalie voor, waarvan geen reken-
geven
;
allerlei
is
de
er
gepoogd
uit
de anomala de
taal
op
te
bouwen.
Het
is
vogels vergissen zich niet in hun slag, de taal heeft daaren-
uitzonderingen.
Waarom
?
't
Is
óf de structuur van de taal
was
aangelegd op de menschelijke stem, óf dir stem reageerde tegen de taal er
klaren.
is
een storend element gekomen, maar de linguïstiek kan het niet ver-
Hoe komt
dat ?
Antw. Hierdoor, dat de
linguïstiek buiten de bijzondere
openbaring
om
niet
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's