Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 38
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Prima).
20
aangesteld als dorre intellectualisten en scholastieken, maar onder
God
scholastiek over
gehoord
en
daarom
ware
hen
hunne
uit
uiting
zouden
om hem
vragen,
Orion
antwoorde
in
enz.,
die
opdat
:
spreken,
U
ik
mij
gehoord,
in stof
een
onmiddellijk
af,
haalt
d.
i.
de
besef en
ik
alles
Wie
is
U
vermoogt en dat
ziet
U
zegt Gij, die den raad verbergt
hij,
dan verhaald hetgeen
mijn oog.
ik niet verstond, dingen,
Hoor toch en ik zal Met het gehoor des oors heb Daarom verfoei ik mij en heb berouw ik
niet wist.
vragen, en onderricht Gij mij
maar nu
ein-
geene van uwe
!
en assche"
Slechts
en
Job
Wezen hooren,
hand op den mond legge en
zijne
Gij
wonderbaar waren, die
te
zal
ik
zij
zijn
h^p
7^^r^'^
wonderschoone poëzie van het paard, den eenhij zoo weer kome onder den overweldigenden
weet, dat
„Ik
zonder wetenschap ? Zoo heb
voor
is
van zijne Goddelijke macht en grootheid. En nu ware eens op de catechisatie en stelt hem allerlei
gedachten kan afgesneden worden.
die
hun de
opdat
majesteit,
van de majesteit des Heeren,
indruk delijk
aanbidding. Het
der
gesprekken over
doet
en
hebben
niet
een onweder verschijnt. Neen, Hij breekt
juist in
uit,
toestand
die dorre
al
ten slotte de kracht en de onnaspeurlijke heerlijkheid zijner
teekenen
te
hoorn, den
het
als
den
in
intellectueele
zijner
ontvangen
neemt God Job schepping
God
abstracties
rechtstreeksche
indruk
koude
die
den donder van Gods majesteit
hebben
verkeerd
niet
recht,
zijn
niet toevallig, dat
het
als
en
rijst
te
God hen
men de breede dialogen tusschen Gods woord mag beschouwen of niet. Later heeft
dezer zake nog de vraag, of
zijne vrienden als
over die dialogen immers bestraft, zoo zegt men, dus kunnen ze niet
Gods Geest zijn. Intusschen die besstraffing raakte den inhoud dier gesprekken niet. Wel hadden Job en zijne vrienden verkeerd gesproken, maar het
uit
verkeerde
school
vrienden)
en
in
de personeele toepassing van de waarheid op Job
op God
(bij
inhoud der gesprekken
men bevinden, veroordeeld,
Job)
aan
;
die ging veel
hetgeen de Heilige
dat ze zeer rechtzinnig waren.
omdat Job en
zijne
bestonden
verheerlijkt en de trekt
God op
in
En
ver.
Maar
Schrift
alleen
vrienden spraken over
zaken, alsof dat abstracties waren, alsof
dingen
te
redeneeringen,
God
toetst
(bij
de
men den
elders leert, dan zal
hierom
God
worden
zij
en Goddelijke
een begrip was en de Goddelijke
waaraan
men kon ontleenen wat God
waarheid voor ons kenbaar maakt. Tegen die dorre scholastiek
tweeërlei
wijs te velde,
nl.
door het onweder
zelf
en door wat
onweder zegt. En dan eindigt Job ook niet met te zeggen dat wat beweerd had onwaar was, maar met zich te verfoeien om de wijze, waarop hij over God gesproken had. Brengt het onweder aan Job kennis van God toe? Ja Job ontvangt daardoor levende indrukken en beseffen van de Hij in dat hij
eerst
reëele majesteit Gods, welke nu aangesloten
worden aan wat reeds
in
abstracte
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's