Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 293
college-dictaat van een der studenten
§
Dh VIRTUTIBUS
7.
275
DeI.
cipieele verschil, dat volgens Plato de ideeën eene afzonderlijke exsistentie hebben.
wat er bestaat, zien wij op aarde niets dan de afdruksels, en daarin maar een flauw beeld. De idea vormt het eigenlijke wezen. De idea ligt achter en buiten het phaenomenon. De idee heeft in dit stelsel dus een eigen essentie, zij alleen de phaenomenale exsistentie is gebrekkig en schaduw-
Van
alles
dus
;
achtig.
van
ging
Aristoteles
die
af.
lijn
hem
Volgens
leeren wij de dingen
waar zij met ons in contact komen. Wij mogen derhalve alleen van hetgeen phaenomenaal bestaat het bestaan aannemen. Het phaenomenale zit niet in de dingen zelf, maar schuilt alleen in het verband met ons waaralleen kennen,
nemingsvermogen.
Het
de empirische school tegenover de idealistische van
is
zooeven. Diezelfde tegenstelling vinden wij nu theologice op het wezen
Het realisme der dingen
ligt
leert,
dat de res bestaat voor de verschijning.
buiten deze wereld
om aan
zelf leidde er toe, te
Gods toegepast
nominalisme en het realisme.
in het
etc. iets
op zichzelf werd, waardoor men de
God zelf verdedigde.
school groote verdienste. vernietigd,
wezenlijkheid
de onderscheidene proprietates Dei een eigen bestaan toe
kennen, zoodat wijsheid
al de virtutes in
De
op het wezen Gods
in God. Dit nu toegepast
Zij
In dit laatste
realiteit
van
opzicht had de realistische
wilde de wezenlijkheid van de deugden Gods niet
maar gehandhaafd hebben.
Het nominalisme maakte er een schijnbestaan van. Wij kunnen lisme het best verstaan door de theorie van
Kant na
te
dit
nomina-
gaan. Kant ontkende
dat er noumena waren. Alleen maar, zeide hij, wij weten er niets van. nemen het phaenomenon alleen waar, gelijk wij het waarnemen, niet omdat het zoo is, maar omdat de categorieën van ons denken ons niet veroorloven het anders waar te nemen. Het is op zichzelf een kleurloos ding, maa: w\'] niet,
Wij
zien
door een
het
rood,
blauw
etc. glas als rood,
blauw
Volgens deze
etc.
theorie ontstaat de Differenzirung der dingen niet door iets reëels in de dingen
maar door het instrument onzer waarneming, dat niet neutraal is. Op God toegepast, geeft dit het volgende. Er is in God geen liefde, geen wijsheid enz., maar als wij God waarnemen, dan kunnen wij Hem niet anders waarnemen, dan door het prisma van ons denken, en dit is gebonden aan onze ethische, dianoëtische en physische eigenschappen, welke wij daarom overbrengen op God den zelf,
Heere.
De
eigenaardige categorieën van ons denken worden op
God
overgebracht!
wijze \an consequentie,
om
het Goddelijke
Dit nominalisme leidde er toe,
wezen
te
bij
reduceeren tot een nul, tot rh
geabstraheerd
worden.
Immers,
eerst
/u,?,
ons
'óv.
Want
denken
zelfs het zijn
had
ingetooverd. Zoodoende werd het Godsbestaan opgelost
Het
nominalisme
wordt
voorlooper
van
in
alles
in
moest dat
er
van
Wezen
een Gottesbewusstsein.
Schleiermachers Subiectivirung van 18
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's