Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 277
college-dictaat van een der studenten
;
§
Het wezen der zonde.
4,
Het wezen der zonde bestaat
De zonde
heeft.
materieels noch actio zelve,
opgevat
in
een substraat.
bestand
zelf
zicli
dus
Zij is
niet iets
van eigen geestelijke substantie, noch ook de
iets
maar een geheel onzelfstandige macht. Toch mag ze niet noch ook als carentia mera, noch ook als privatio
als negatio,
Veeleer
pura.
bestaat niet dan
ook
dat op
niet in iets,
is
ze zulk eene actuosa privatio non pura, die in het
om
substraat het streven inlegt,
omslaan
in
haar
de daarin aanwezige krachten te doen
tegendeel en zich dus als systematiseering van het
nu tegen God gekeerde creatuurlijk leven
openbaren.
te
Toelichting.
hebben
Wij tevens
een
hier
der
een
der
moeilijkste
paragrafen van de Dogmatiek, maar
Wij zullen daarom ons uitgangspunt nemen
gewichtigste.
in
het negeeren der verschillende afwijkende meeningen.
De zonde
is
niet iets
over de Manicheïstische
wat op zich
zelf
bestand heeft
zou de zonde
leer, als
iets
;
stellen wij
dit
tegen-
materieels of substantieels
wezen eene leer die helaas al te veel in de Dogmatieken binnensloop. Hoe komt dit? Om het verschijnsel te verklaren, dat de zonde zich overplant van vader op kind, (terwijl men toch belijdt èn dat God telkens de Schepper van neemt men de ziel van elk kind is èn dat Hij geen creator mali kan zijn) In de Gereformeerde Dogmaaan, dat de zonde iets vleeschelijks moet zijn. tieken werd deze leer wel nooit sterk geprononceerd, maar op den kansel ;
—
door gereformeerde predikanten des
De zonde Ie
en
niet iets materieels;
geestelijke,
men een 2e
niet
meer.
te
is
God
en die grens
op
geestelijke kwaliteit iets
men de zonde
substantieels
heeft een grens gezet tusschen het lichamelijke
uit te
;
wisschen
is
Pantheïsme
;
want dan brengt
iets lichamelijks over.
de
fijne
Manicheën redeneeren
n.1.
moet nemen, dat men haar ten laatste ook wel, maar dit is ons beweren niet
niet in dien zin stoffelijk
kan
afmeten of afwegen, weten wij beschouwen haar als een geestelijke substantie !" Maar ook moeten wij haar bestrijden. Is de zonde iets substantieels, dan
wij
ens,
dan moet
aldus: „dat
zij
een entitas
zijn,
maar dan
is
zij
als
zoodanig
heeft
zij
een
een creatura en moet dus
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's