Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 394
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Magistratu.
366
Het Romeinsche
A.
Omdat de
Rijk.
Christelijke kerk optrad in het
lang binnen den kring van dat
rijk
Romeinsche
rijk
en ze drie eeuwen
was de groote
besloten bleef,
quaestie voor
de Christelijke kerk bij haar optreden in de wereld deze welke hare verhouding was tot het Romeinsche keizerrijk. Stellen we ons voor oogen het oecu:
menisch karakter van het Romeinsche
rijk,
dat zich over het Oosten, het Noor-
den van Afrika en het Zuiden en Westen van Europa nergens
van de kerk van Christus
iets
van het Romeinsche
zen
optrad
Christus
de
in
te
dan
uitstrekte,
er
is
binnen de gren-
ligt
was de Overheid, waaronder de kerk van
eeuwen, die voor haar uitbreiding en beteekenis
drie
van het grootste gewicht
Dit
rijk.
bespeuren of ze
zijn
geweest.
zin enkel tot de Romeinsche Overmaar ook de Grieksche Overheid moet hierbij ingesloten. Immers Iet men op het beginsel, dan zijn de verhoudingen in Griekenland en in het Romeinsche rijk eigenlijk op gelijke wijze geregeld. Vraagt men nu, welke die verhouding was, dan vinden we in het Romeinsche rijk van meet af altoos en alle eeuwen door vastgehouden aan één beginsel,
Dit
20.
nu moet
niet in
den strengsten
heid beperkt,
dat de religie dezielvandenstaatis.
aan ééne gedachte,
Romeinen beroemden
er zich
simi van de wereld.
En
Nu
dan ook op, dat de cives Romani erant
dien zin
in
spreekt vanzelf, wanneer
staat, dat
genomen was
men de
dan de staat het corpus, het
dit feitelijk
beschouwt
religie
van de
crC^fj^x
ziel
als is,
waar.
de
ziel
van den
en dat, gelijk door
het lichaam in deze aardsche bedeeling de ziel beheerscht wordt, zoo
Overheid, de
staat, als het ö-Gyfxx
dan ook
beheerscht.
Er
zelfstandige
uitingen
is
in
van de
van godsdienstig leven
nu,
eeuwen
de eerste
In
religie feitelijk het leven
ook de
van de
religie
de eeuwen van Rome's bloei geen sprake van
godsdienstig en de burgers zijn het
Plebejers
De
religiosis-
niet.
maakten de
Dit
is
integendeel, alleen de staat
;
is
duidelijk uit het volgende te zien.
Patriciërs
den staat van
daarentegen telden voor het staatsieven niet mede.
Rome
uit,
Opmerkelijk
de is
dat in de eerste eeuwen, zoolang de Plebejers van het staatsieven uitge-
sloten
zijn,
Patriciërs.
uitgingen,
ze geen godsdienst hebben. In
de comitia
curiata
en
bij
Godsdienst bestond er alleen alle
bij
de
handelingen, die van den staat
trad de staatsreligie naar voren, in de comitia tributa daarentegen,
waar de Plebejers saamkwamen, was van godsdienst geen sprake. De Plebejers hadden ook geen tempel, waarin ze saamkwamen. Er bestond onder hen wel een religieus gevoel, maar zonder uitingen naar buiten. Alleen de religie van den staat uitte zich naar buiten. De staatsgod van Rome was de Juppiter Capitolinus, dien ze aanbaden, en de Vestaalsche maagden, die den dienst van
Hestia
of
Vesta
waarnamen, waren de belichaming van Romeinsche regeer-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's