Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 333
college-dictaat van een der studenten
§ daarentegen,
gelijk
De virtutibus
7.
gewezen op de
Ezechiël,
bij
315
Dei.
waarmee
snelheid,
zij
het
op aarde indragen, dan komt de teekening wijzen weer op de vier hoeken der aarde, ten der raderen. De vier koppen teeken der omnipraesentia. Leeuw en stier teekenen ons de majesteit en kracht omnipraesente
Telkens
Heeren.
des
anders
iets
te
er afwisseling,
het zeggen, dat
opleveren
cherub denk
is
ons telkens ook
als
God op de cherubs woont Dei ? Dan alleen,
of vaart,
omnipraesentia
tegen
bezwaar
als ik mij
zoo'n
een werkelijk menschelijk of dierlijk wezen, want dan natuurlijk
ware God aan eenige plaats gebonden. tisch
om
met de strekking
openbaren.
Wanneer zou nu kunnen
Heeren
des
leven
Maar nu de cherubs
enkel een
pneuma-
bestaan hebben, vervalt alle bezwaar.
de
In
Heilige
tweeërlei
Schrift
wordt dat wonen
verband gebracht,
in
nl,
God op
van
zijne
cherubs met
met de openbaring van Oods heiligheid
in
de natuur en met de openbaring van Gods heiligheid in de genade.
Waarin
de natuur? Door Gods onweder openbaart zich
in
verheven
van
majesteit
wolken met het plotseling uitschieten van het bliksemend wij in
Psalm 18
:
11
„En
:
Waarom komt is, om
wordt.
gevallen
Hij
loop
ik
als
Gods en daardoor de
nu die cherub
hier
licht.
Daarom
lezen
bij
heiligheid
Gods openbaar
? Ziet, als ik iemand, die in het
ondeugendheid een pak slaag wil toedienen, dan
zijne
gevaar, mijn eigen hand vuil te maken.
Gods
de
voer op een cherub en vloog enz.", omdat op
die wijze in de natuur de toorn
slijk
zijn toorn, in
donder, dat reusachtig opzwellen van de dichte
den
Dit
grof
is
genomen
hetzelfde
aangrijpen van deze door de zonde bezoedelde aarde. Daarbij ontstaat
de antinomie, dat Gods heilige hand door die bezoedeling bevlekt, besmet zou
En daarom
worden. in
majesteit
zijne
om Gods
zij
nu tusschen deze onreine aarde en den Heere, die de
cherub op met zijne uitgespreide vleugelen,
heiligheid tegen elke besmettende
we nu
Datzelfde vinden heid
treedt
verschijnt,
Gods
niet in
zonder cherub
gekomen,
in
aanraking
het rijk der genade.
In
te
vrijwaren.
het paradijs
is
de heilig-
tegenspraak met het leven van den mensch, en daarom rust in
de woonstede des menschen.
Maar zóo
om
of de cherub treedt aanstonds tusschenbeiden
is
de zonde niet
de heiligheid Gods
verweren tegen de zonde. Nu wordt in den tabernakel die zondige mensch weer met de heiligheid Gods in aanraking gebracht. Dat geschiedt door de verzoening, verzinnebeeld in de ark des verbonds met het verzoendeksel.
te
Maar
al
is
het, dat
het verzoendeksel
komt ook nomie op onbevlekt
God nu naderen kan
nog zonde.
hier, gelijk bij
te heffen te
tot zijn volk,
Zoo ontstaat ook
hier
zoo
kleeft er toch
het onweder, de cherub tusschenbeiden,
en voor het besef van het volk
houden. Vandaar de scheiding tusschen
aan
weer antinomie. En daarom
Gods de
God
om
die anti-
heiligheid
Gods
en den hoogepriester.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's