Dictaten dogmatiek. Locus de Salute, Ecclesia, Sacramentis - pagina 19
college-dictaat van een der studenten, niet in den handel
8
;
Inhoudsopgave. §
De
15.
xix
100
ritus baptizandi origine.
Het natuurlijk gebruik van het water. 100 Het gebruik op afgodisch en heilig terrein.
100
De proselietendoop. 101 De profetische symboliek. 102 De lustrationes in Israël. 102 De doop van Johannes. 103 §
De
16.
105
institutione baptismi.
Deze geschiedt rechtstreeks door den Middelaar kort vóór Zijn hemelvaart. 105 Vindt haar achtergrond
De doop van
in
den doop, dien Jezus
Jezus' discipelen.
zelf
onderging.
Het verband tusschen den waterdoop en den doop met den
§
De
17. I.
II.
III.
IV.
V. VI.
§
106
108 Heil. Geest.
109 lil
baptismi administratione.
De onderdompeling door besprenging te vervangen, volgens de H. S. niet [ongeoorloofd. 111 Een drievoudige besprenging niet noodzakelijk. 112 Verband tusschen h. water v. d. doop en de doopsformule. 112 De doop moet plaats hebben in coetu fidelium. 112 Aan den doop vooraf formulier, stipulatiën en gebeden na den doop dank[zegging. 113 Den persoon, die den doop bedient, stelt de kerk aan. 113 ;
;
:
De
115 significatione symbolica baptismi. Het waterbad beeldt af de afwassching van de onreinheid onzer ziel. 116 II. Alleen per tertium compar. representeert h. water h. bloed v. Chr., niet symbolisch. 116 III. De doop, symbool v. d. afwassching der zonde als 116 A. vrucht V. e. zondige existentie, beeldtaf de wedergeb. (vernieuwing v. die ex.); 117 B. uiting V. e. verdorven natuur, „ de inlijving in Chr. (gemeenschap a.e. „
18.
I.
[zuivere menschel. nat.);
C. schuld constitueerend, beeldt af de rechtvaardigmaking (boeting der IV.
§
19.
„ViXTTTiZ^ovTric cdiTO'jQ v.q
De
To
'óvs/iix
rz~j
Yïxrphc kxi
enz.."
117 1 1
118
120
actione in baptismo.
A. a parte Dei (per Mediatorem)
tz'j
schuld).
:
confirmatio fidei door het inbrengen van den
Heil. Geest als Spiritus Communionis. Inwendig: 1". intrinsecus door h. geven v. initiatief voor h. besef van te behooren tot de communio sanctorum (a. d. wedergeb.,. die het geloof
actu of potentia bezit)
extrinsecus door het geven v. h. besef daartoe te behooren wie het geloof actu bezit). Uitwendig: door inlijving in de ecclesia instituta. 14 De werking door h. woord en de elementen v. h. sacrament, waarbij de Middelaar Zich bedient van door Hem verordende ambtsdragers. het zich openbaren als behoorende tot het Lichaam van B, a parte fidelium Christus en het zoeken v. d. gemeenschap van dat Lichaam in het uitwendige. 120 De gratia mystica wordt afgebeeld i. h. sacr. geen reëel verband (Rome 2".
(alleen aan
:
;
en Luth.).
§
20.
De
125
effectu baptismi.
126
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 728 Pagina's