Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 361
college-dictaat van een der studenten
:
:
§
De Dood.
7.
\\\
Wanneer gaat nu de gcloovige mis? Als hij denkt: dat overkomt mij om mijne zonde. Wie dat zegt, heeft zijn geloof verloochend en is zijn Middelaar kwijt. Want wat anders is zijn geloof in dien Middelaar, dan de belijdenis, dat volkomen voldaan heeft voor al zijne zonden van verleden, En waar die voldoening heeft plaats gehad, daar kan bij den geloovige geen sprake zijn van een lijden om nog iets van die schuld Christus Jezus
heden en toekomst!
zelf aan
geloofsstaat, hij
is
dan zou
dat
hij
zoo vaak ongeloovig.
maar denkt met den Pelagiaan
den Middelaar,
En dat moet zoo werking
zijn
dat de geloovige
:
tegenover
hulp" en eindelijk, dat
te
want Christus mijn
schuld
heeft
nog meer
maken
te
voor
het
;
„Dit
is
helaas niet zoo: staat
niet in
hij
voor mijne zonde."
anders ware het verkrachting van
schuld gevoelt, omdat
zijn hij
uitroept
:
voldaan
mij
;
maar van mijn Vader overkomt."
Zoo vindt
zoo zondigde
:
„Ik
heb geen schuld,
met
het lijden heeft dus niets
een kastijding, die
is
hij
„kom mijne kleingeloovigheid
meer en meer gaat gevoelen
hij
alles
:
een zuiveren
in
het geloof echter weer, dan heeft het eerst deze
Vader; vervolgens dat
zijn
—
dien toestand
in
Ontwaakt
conscientie.
zijne
God nu altijd gevoel niet hebben. Maar dit is En treft hem dan het lijden, dan
Verkeerde het kind van
te zuiveren.
mij, niet
kind
het
van den Rechter,
zijn
Vader weer en
triomfeert het geloof.
maar
voldoening voor de schuld
Er
is
1^
het lijden van Christus.
2*2
het lijden der verlorenen
3c
„
Dit
is
Maar een
in
drieërlei
„
alles bij
„
„
op aarde. in
de
is
dit
hel.
straf lijden.
:
een kind van
God
onbekeerden toestand,
en
niet zoo.
wordt
hij
God
Verkeert zulk een kind van
door
lijden getroffen,
dan
is
dit
een vaderlijk kastijden, nooit een rechterlijk straffen.
altijd
Daarom
leert
de
Heilige
Schrift, dat het lijden bij
de geloovigen een heel
andere beteekenis en bedoeling heeft, en wel ten
om
Ie
instrument
te zijn tot
wederbaring; wedergeboorte of
genomen of met de heiligmaking er bij. Dit noemt de Schrift gewoonlijk kastijding
in
engeren
zin
11
:
32 enz. Hebr. 12
om
ten 2«
:
6,
7
;
6—9; Openb. of
:
1.
tot
een baken
in
14, 15;
Cor.
I
19;
cf.
Rom. 5
Gods kinderen 3;Jac.
:
(De offerande van
zee te zijn voor anderen
martelaren een wolke der getuigen te
:
1
is
:2— 4;
I
;
dan
Petr.
Izaak).
zooals met name alle waarop wij gewezen worden, om ons manen van de ongerechtigheid en omgekeerd om ons te troosten, wan-
ten 3^
af
:
beproeving
Historisch in Gen. 22
om
3
Sam. 7
II
(volgens de H. S.) te openbaren, wat er in
verzoeking
heet het 1
:
b.v.
zijn,
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's