Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 756
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Christo (Paks Secunda).
54 Toelichting.
Hetgeen hier gedicteerd werd
alleen resumptie van het tot dusver besprokene.
is
Bij
de toelichting hebben wij nog slechts op enkele punten
De
eerste fout, die oorzaak
van
is
alle tobberij,
is,
van Christus en de verhouding der beide naturen schelijke natuur en van daar uit zoekt
Dit
is
naturen
;
daarom
en
alsnu
die
natuur te anthropomorphiseeren en zoo
maar theologice opvatte,
Men moet en dat
zijn
niet
bewustzijn
het
gaan denken
wil,
dat het verkeerd
te
staande eigenschap-
twee bestanddeelen, die
tot
men de zaak
uit
God
niet anthropologice
beginne.
een menschelijke wil, natuur en bewust-
is
ik,
met zich rekenschap
God
God
in
Wij hebben er reeds op attent gemaakt,
is.
spreken van een „goddelijke natuur" bewustzijn zij
dat gaat door óók
;
goed Gereformeerde Dogmatiek
[Elk
etc.
redeneert van
bewustzijn
over-
geven van wat
te
is
de eigenschappen en deugden Gods].
uit
een bewustzijn, dat alles eeuwiglijk doordringt,
is
hoogte, lengte, diepte en breedte, dat dus geen vermeerdering of vermin-
dering
bewustzijn, ledig
met
maar volkomen
kent,
verliest,
te zijn
waarop nooit een beeld
is
bestaand is
met
uit
dien inhoud alles naar buiten bracht, wat buiten
het
is
zelf
begonnen
niet
eigen inhoud en
wezen dus
bestaat.
tegenover
vlak
begint
een
(cf
ons
kind)
menschelijk bewustzijn, dat eerst ledig
en
nu allengs aangevuld wordt door de
ons; van lieverlede toonen er zich
bewustzijn
al
maar
rijker,
al
is
het
bewustzijn
vol
en
rijk
eer er
lijnen, trekken,
beelden
het op zijn allerrijkst, dan Bij
dus eerst leeg en de wereld vol en nu neemt
God
uit zich
geworpen, dat
nog weinig vergeleken met wat opgenomen kan. zijn
dat nooit iets ontvangt
aangevuld, maar dat zich zelf eeuwiglijk vervult
buiten
wordt
;
is
niets
wereld
blijft
allengs
en
zijn
Het staat
met
van inhoud
gelijk
een geworden bewustzijn, maar een
niet is
het goddelijk
is,
ik
kennen, dat
Het goddelijk alle
of
wat
beginnen
eerst
te
is
van het goddelijke daaraan
dat
is
is,
haar van
z. :
komen
te
lijn
Dit leidt er toe de goddelijke
wijdere strekking en „ausgedehnt im Unendigen" op
in
Men moet
brengen.
w.
d.
gelijke
zijn.
valsche verhouding.
in
wat daarom noodig
eerste
in
„gleichberechtigt" en onafhan-
als
met haar op
vereenigen zouden
te
heterogeen naast elkander liggen
Het
de beschouwing
Hem, uitgaat van de menklimmen tot de goddelijke natuur.
te
de beide naturen
kelijk naast elkaar te stellen, elk
pen
te wijzen.
bij
omdat men dan vergeet de proportie van de beide
fout,
leidt er toe
dit
op
men
dat
nog
den mensch
hij
iets is
uit die
en
is
is
is
het
het bewust-
wereld op.
al
in,
wat
is
uit
Bij
dat
bewustzijn voortgekomen.
Een Bij
gelijk verschil is er tusschen
ons
menschen
is
de
wil
de
den wil van ö oef intentie,
die
het
en dien van den mensch.
aldus geïntendeerde wil,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's