Dictaten dogmatiek. Locus de Providentia, Peccato, Foedere, Christo - pagina 544
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE FOEDERE.
150
vraag moet men onderscheiden tusschen twee dingen.
Bij die
in het
Genadeverbond onveranderlijk.
om
ontbinden, maar
Gods.
dat
In
Christus
Voor iedereen
die te vervullen.
stuk
eerste
dus
is
niet,
dan
zult
ge sterven.
Het werkt
Het fac
ook
als
in
blijft
ge
non
si
:
te
het fac de ordinantie
facis, patere.
maar ook
doet,
't
blijft
gekomen om de wet
Maar
geen verandering hoegenaamd.
zelfs
het tweede stuk, het fac ut vivas, houdt 't
niet
is
als
Doet ge
ge
't
niet
weeg daardoor dat Hij facit et patitur. Er was bij Hem oboedientia activa et passiva. Dus Hij voldeed aan het fac ut vivas. De regel van het Werkverbond beheerscht juist heel het middelaarswerk van Christus. Door te lijden betaalde Hij het deficit en door Zijn wetsChristus brengt de genade te
doet.
Op
volbrenging leverde Hij de voldoening aan de wet.
gehoorzaamheid dient dan ook sterke nadruk
Werkverbond
het
distisch
te niet doet, stelt in
daarmee aan den eerbied voor het Goddelijke Gereformeerden God God wilden
laten,
die leer
van de dadelijke
Wie methoGod veranderlijkheid en doet Wezen te kort. En omdat de
te
worden gelegd.
daarom hebben ze deze
belijdenis
zoo
krachtig gehandhaafd.
dus naar den eisch van het Werkverbond gehandeld.
In alles is
kwam, was
verandering, die er
Hoofd Christus verzameld worden.
dat
en ondergaan niet zelven het het
Hoofd hebben
De
leden niets. dat
of
dan Bij
niet in het
dan
Adam
hebben Is
volbrengen niet zelven die wet
in
de organische gemeenschap met
gedaan
Hij
eenige
Zij
antwoord
:
alles uit loutere
Neen,
dat
juist
is
Daar hadden
ging het precies zoo.
heeft.
Het Hoofd doet
alles.
genade.
de vorm der verbondsgedachte. allen deel
aan
zijn schuld.
Hier
voor de geloovigen geen ordenend en regelend principe meer?
dan
er
is
Zij
:
hebben
niets
bevreemdt misschien, en toch het bestaat voor ons niet meer.
Dat geschiedt niet,
wat
De
degenen, die onder
allen deel aan Christus' verdienste.
antwoord
Het
al
in
En vraagt men nog, met den eigen vorm van het Werkverbond in strijd is,
ontvangen
toch niet
het
luidt
Zij
maar
lijden,
deel aan
zij
Hoofd, maar
hoe
als
is
meer met de wet van doen. zoo
Waarom
een genade.
:
die
meer.
niets, niets
Dit zeggen
Het fac ut vivas
wet dan toch nog gepredikt wordt .^
De geloovige
staat
voor een labyrinth en weet
door dat doolhof van het leven heen moet komen. Maar nu komt
hij
hem door wil helpen. En dol blij loopt hij nu als een Zoo is het in het Genadeverbond. De schuld is ons kwijtgescholden door de voldoening van Christus. Maar nu moeten we toch het leven door. Wie wijst ons nu den weg? God geeft Zijn wet, opdat we die Wie dat nu laten wil, die late het. Maar een als gids zouden kunnen volgen. En als God dan tot hem zegt: wezenlijk bekeerde wil o zoo graag vooruit. er
een
gids,
die
er
lammetje achter hem aan.
„wil
Ik
je
wijzen,
hoe
je
gaan moet," dan zegt
hij
:
„asjeblieft
Heere God,"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 1028 Pagina's