Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 209
college-dictaat van een der studenten
§
De
6.
uitoefening van het souverein gezag.
menschen bedwongen worde en het
der
Tot dien einde heeft
menschen toega. gegeven
met goede ordinantie onder de
alles
hij
181
de overheid het zwaard
handen
in
boozen en bescherming der vromen.
tot straffe der
op het verschil in beteekenis van het woord vroom Thans beteekent het „godvruchtig" in de taal van den vroegeren tijd gaf het woord „ijveren voor een goede zaak" te kennen. Dezelfde uitdrukking komt voor in het dankgebed van het Doopsformulier: en vromelijk Allereerst
te wijzen
is
vroegeren
in
tijd.
;
tegen de zonde, den duivel en
maar
ridder,
gansche
rijk strijden
met moed en
een, die dapper,
de genoemde woorden van
In
we
die
zijn
middeleeuwen sprak men van een voom
de
In
hier
hebben moeten.
Art.
ijver strijdt.
36 vinden
we
dan 1
rijk
aan inhoud, omdat
De
belijdenis der kerk
:
dat de regeermacht, door de overheid, de potestas magistralis uitgeoefend,
de wereld intrad
in
elementen opgegeven,
alle
Al deze volzinnen zijn
ze het karakter dragen van dogmatische formuleering. is
en overwinnen mogen.
ridder, d. w. z. niet een pieus
de zonde
;
oorzaak der verdorvenbeid
uit
Locus) en niet buiten de zonde 20 dat
om
dat dus de overheid
niet
tot
Da^
is.
betooning van
De
genade en goedgunstigheid.
in
;
de Overheid eene „gratia"
goeden God,
haren oorsprong heeft
;
der zonde wil bestaat, (Cf. pag. 8 van dezen
zij
bestaat, geschiedt door
macht en
uitdrukking „goede
souvereiniteit,
God"
onzen maar van
geeft hier het denk-
beeld van Gratia Communis. 30
't
Doel
der
van politiën
instelling
is
stuiting der
zonde en het mogelijk
toega). maken van een dragelijk leven onder zondaren ('opdat 40 Van Zijnentwege gaf God de Heere den mensch macht. Daarin
Opdat de Overheid
ordinantie van de souvereiniteit.
haar gegeven
is
(tot dien
50
De
Gods
zwaard,
wereldlijk
d.
i.
ligt
de
zou kunnen uitrichten
het recht over leven en
dood
der vromen).
einde positie, die
van het gebod. In
het
dit
de Overheid inneemt hangt saam met dej,veruitwendiging
(God willende
politiën).
een zondeloozen toestand laat zich geen uitwendige wet denken.
De wet
Gods
wil van-
is
dan op de
tafelen des harten geschreven en ieder kent
Evenmin is in het rijk der Heerlijkheid eene uitwendige wet denkbaar. Door de zonde echter slijt de innerlijke kennis van de wet uit. Wel blijven er van de wet nog Nachklange over. Rom. 2 vs. 14. Deels is door de zonde zelf.
de zij
precisiteit, deels
ging
de autoriteit der wet verloren gegaan,
d.
w.
z.
de kennis en het onderscheid tusschen goed en kwaad
de andere
zij
gevoelt
goed en kwaad,
vrij
men
om
zich,
het
ook
kwaad
al
te
weet men nog doen
;
zelfs
te
kent
aan de eene
te loor
;
aan
onderscheiden tusschen
men de
noodzakelijk-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's