Dictaten dogmatiek. Locus de Magistratu, Consummatione Saeculi - pagina 228
college-dictaat van een der studenten
LOCUS DE MAGISTRATU.
200
(De uitdrukking grootvizier wordt
hier natuurlijk slechts ter verduidelijking
van de voorstelling gebruikt).
De
vorsten
suzereine
uit
het Oosten, b.
Ahasveros, Salmanassar, Nebu-
v.
zich. Feitelijk was nu hun Door hem stond de Suzerein met grootvizier machtiger dan al die koningen. Toch waren de koningen koningen wat betreft het die koningen in verband. formeele en qualitatieve de grootvizier was de rechterhand van den Suzerein. Onze rechterhand doet alles, maar daarom is ze ons „ik" niet. Zoo ook gaat
kadnezar en Sanherib hadden vele koningen onder
;
door den grootvizier
alles
De
hij
;
„Naam des Konings".
handelt in
sultan van Djokjokarta of Soerakarta in onze Oost heeft toch een konings-
macht,
al
ook nominaal, want
die
is
staat
hij
onder
de
•Apóarcc
van onze
regeering.
Aldus moet het
ïv
Ss^m opgevat worden.
Christus als grootvizier
feitelijk
is
degeen, door
Wien God
God
universeele regeermacht, die
uitoefent door
den
macht over
zijne
Het
de vorsten der aarde, hel en over de engelen uitoefent.
is
de cosmisch-
h Sb^m gezeten Christus.
Het
koningschap van Christus over Zijne kerk moet daarvan onderscheiden worden. Hebr. 2 vs.
h.
8.
wordt geciteerd
Hier
Adam
dieren
Hij
moest
gebruiken,
dat
de
dit
nog
zondeval
;
In vs.
Y.pkroq aan.
niet ziet,
hij
hij
bedwang
niet
hebben,
hem
zij
Het
niet opaten, tegen-
onderworpen.
Over het
dood
Na den
airw ra TTxyrx UTTSTeTxy/xéyx.
De
is
zij
dieren aten de
gebroken
het gif
;
menschen
op. bezit,
onze menschelijke natuur aannam, ons
ging.
8
AI het cosmische
aan
is
Hem
die
lijden
zoodanig
als
Daarin bestaat Zijn Kparog.
zitten
aan de rechterhand Gods kunnen hieraan nog
tal
van andere
de Schrift toegevoegd, maar de momenten, waarop het aankomt
uit
thans genoegzaam aangegeven en de
gang der zaken
De groote
stelling
in vs.
'^Troraa-a-eiv
vervolgens van den mensch gezegd, dat
Se outt^ bpdy/xev
Hij, die
hield.
door planten- en dierenwereld
niet
het gif bedwingen.
Nu wordt
hierin tegenover
9 vervolgt de Apostel, dat Christus de heerlijkheid en eere
nu nog
plaatsen
hij
macht aan den mensch ontnomen,
deze
is
vltv
leed en voor ons in den
zijn
sprake van organische, niet
ze door zijn geest temde en in
vernietigde het menschelijk leven enz.
wij
is
tegenover de dieren, opdat
plantenwereld moest
dus de
duidt
hij
macht aanwenden, opdat
zijne
zou beheerscht worden
hij
en
over het planten- en dierenrijk, niet alsof
koning van de dieren was, maar zijne macht moest
de
over
5—7
Ps. 8 vs.
uit
Adam had macht
van regeermacht.
duidelijk
quaestie,
bestaat
na
te
weg
is
voldoende gebaand
om den
gaan.
waarop het nu aankomt
is,
dat er
t
weeër
1
e
omtrent het afdalen van de macht.
i
voor-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 804 Pagina's