Dicaten dogmatiek. Locus de Deo - pagina 716
college-dictaat van een der studenten
Locus DE Deo (Pars Tertia).
26
gevoelen, dat werkeloosheid ellende
is
en eene onze kracht spannende beweging
ons behoort.
bij
Ook en
ons lichaam zien wij hetzelfde.
in
kwijnen
gaat
dan bloeit
daarentegen
;
het,
dank
de werkzaamheid.
zij
God gegeven
van
enz.,
dan zien
wij,
dat het
tot ernstige krachtsinspanning,
Daaruit zien wij dus, dat werkeloos-
Gods voor ons lichaam behoort, maar inspanning
ordinantie
lichaam, dan kunnen wij zeggen
Werken behoort
gedwongen
het
is
heid niet tot de ordinantiën
de
een menschelijk lichaam werkeloos
Is
dus geene stofwisseling, luchtverversching
er
is
Staat het nu zoo met onze ziel en ons
is.
:
de edele existentie van het leven, werkeloosheid doet
tot
ons dalen.
Daar nu
edele
het
al
ons
in
ons werken concludeeren
uit
Gods
het beeld
uit
is
ontleend, kunnen wij
de idee van het werken
tot
in
Slaan wij nu de Schrift op, dan vinden wij daar allereerst en 3 sprake van een werk Gods.
had Die
uitspraak
is
overgang
Hier
enz.
er
al
Zijn werk, dat Hij
n.1.
zich aan
sluit
is
etc.
wat wij
bij
sprake van eene antithese tusschen rust en werk.
werk nu afgeloopen was en
er
dus eene periode
kan dus alleen sprake
Gods
als het
geldt
zijn
is
nog
vol van
van een anders werken. Die
archetypische van wat ectypisch
openbaar worden.
zal
Deuteron 32
In
is"
is
van
:
volbracht
den zevenden dag gezegend en dien geheiligd",
dat het
leven
het
in
den mensch
in
heeft Hij gerust
niet-werken aanbrak, integendeel, de geheele Openbaring
werken Gods,
het
er
;
niet,
is
heeft
Genesis 2
in
God op den zevenden dag
de eerste over het werk Gods en
zooeven bespraken
De bedoeling van
gemaakt had,
Zijn werk, dat Hij
gemaakt had, en God
„Als nu
Wezen Gods. 2
het
:
4 lezen wij
:
„Hij
dus een naam voor
is
de Rotssteen, wiens werk volkomen
God
die de rust uitdrukt
rots,
die een plechtigen indruk van rust geeft.
dien
God, die dien naam
de mï, de
n.1.
Maar nu wordt intusschen van
hier draagt, gezegd, dat Hij werkt, en
wel
in
abso-
omdat Zijn werk volkomen is. In Job 34 : 19 lezen wij, dat God „het aangezicht der vorsten niet aanneemt en den rijke voor den arme niet kent, want zij zijn allen Zijner handen werk'';
luten zin,
allen
dus
zijn
allen tijde zelfs
Psalm 19 Zijner
2
van
het
werken Gods, en dat
niet alleen,
maar
ten
Gods
zegt ons, dat de hemelen
eer vertellen en het uitspansel
handen werk verkondigt.
Daar
ook
:
product
eene openbaring van het werk de Heeren.
dus
is
het
gebracht.
niet
denkbeeld
alleen
van
de
sprake
God wordt ons voor den
den kosmos
in
van
eene ageerende energie, maar wordt
hand, ons orgaan
om
te
arbeiden op
God
over-
geest gesteld, als met Zijne machtige hand
stand houdend en dragend.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1910
Abraham Kuyper Collection | 948 Pagina's